Thursday, June 30, 2005
de Volkskrant
DEN HAAG - Het lesgeld voor 16- en 17-jarige scholieren verdwijnt per 1 september dit jaar. Het kabinet zal op zoek gaan naar de benodigde 150 miljoen euro, zo zegde minister Zalm (Financiën) donderdag de Tweede Kamer toe.
Als het geld niet binnen de huidige begroting te vinden is, zal het kabinet op initiatief van het parlement een beroep doen op het zogenoemde FES-fonds, waaruit gewoonlijk investeringen in wegen en bruggen worden betaald. Door de extra aardgasbaten is dat fonds goed gevuld. Het gebeurde een keer eerder, in 2000, dat het kabinet deze begrotingstruc benutte om extra geld vrij te maken.
Het schrappen van het lesgeld, dit schooljaar 936 euro, is een lang gekoesterde wens van vrijwel de voltallige Kamer. Ze hoopt op die manier vooral de middeninkomens in de huidige weinig rooskleurige economische tijden tegemoet te komen. Lage inkomens worden al voor deze schoolkosten gecompenseerd.
Het onderwijs en ouderorganisaties zijn blij met de afschaffing van het lesgeld. Zij bepleiten dat al jaren. Veel organisaties wezen er steeds op dat Nederland een van de weinige landen is waar de overheid lesgeld vraagt.
Aanvankelijk zag minister Zalm geen mogelijkheden voor extraatjes. Een vurige wens van de Kamer om de kosten voor kinderopvang voor middeninkomens te verlagen, moet daarom ook wachten tot volgend jaar. Dan zal het kabinet de inkomenstabellen die de rijksbijdrage bepalen voor ouders aanpassen.
Een groot deel van de Kamer is verder ontevreden over de bijdrage die werkgevers leveren aan de kosten van kinderopvang. Sinds dit jaar dragen overheid, werkgever en ouders allen voor eenderde bij aan de kosten. De werkgeversbijdrage is echter niet verplicht en blijft in een aantal CAO's uit. Zalm wil de lopende CAO-besprekingen in de gaten houden en als afspraken over de kinderopvang uitblijven, overweegt het kabinet de werkgevers te verplichten bij te dragen.
Behalve het lesgeld haalde ook een VVD-voorstel om het spaarloon eenmalig vrij te geven de eindstreep. Zalm gaf aan daar geen moeite mee te hebben, maar hij benadrukte wel dat de Kamer niet de illusie moet hebben dat burgers hierdoor massaal gaan consumeren. De VVD hoopt door het vrijgeven van het spaarloon, dat per werknemer kan oplopen tot 1200 euro, de kwakkelende economie wat aan te jagen. Volgens Zalm heeft het verleden bewezen dat zo'n maatregel slechts beperkt effect heeft.
De vraag hoe het consumentenvertrouwen een duw in de rug gegeven zou kunnen worden, stond centraal tijdens het debat over de voorjaarsnota, de stand van zaken rond de begroting. Een CDA-plan om volgend jaar de premies voor WW en WAO te verlagen, wees Zalm van de hand. Het zou leiden tot een hoger financieringstekort. Om dezelfde reden wilde de VVD-bewindsman ook niet aan een PvdA-pakket van ongeveer 1,3 miljard euro dat voorziet in onder meer een werkbonus van 500 euro per werknemer en een onmiddellijk herstel van de koppeling tussen lonen en uitkeringen.
DEN HAAG - Het lesgeld voor 16- en 17-jarige scholieren verdwijnt per 1 september dit jaar. Het kabinet zal op zoek gaan naar de benodigde 150 miljoen euro, zo zegde minister Zalm (Financiën) donderdag de Tweede Kamer toe.
Als het geld niet binnen de huidige begroting te vinden is, zal het kabinet op initiatief van het parlement een beroep doen op het zogenoemde FES-fonds, waaruit gewoonlijk investeringen in wegen en bruggen worden betaald. Door de extra aardgasbaten is dat fonds goed gevuld. Het gebeurde een keer eerder, in 2000, dat het kabinet deze begrotingstruc benutte om extra geld vrij te maken.
Het schrappen van het lesgeld, dit schooljaar 936 euro, is een lang gekoesterde wens van vrijwel de voltallige Kamer. Ze hoopt op die manier vooral de middeninkomens in de huidige weinig rooskleurige economische tijden tegemoet te komen. Lage inkomens worden al voor deze schoolkosten gecompenseerd.
Het onderwijs en ouderorganisaties zijn blij met de afschaffing van het lesgeld. Zij bepleiten dat al jaren. Veel organisaties wezen er steeds op dat Nederland een van de weinige landen is waar de overheid lesgeld vraagt.
Aanvankelijk zag minister Zalm geen mogelijkheden voor extraatjes. Een vurige wens van de Kamer om de kosten voor kinderopvang voor middeninkomens te verlagen, moet daarom ook wachten tot volgend jaar. Dan zal het kabinet de inkomenstabellen die de rijksbijdrage bepalen voor ouders aanpassen.
Een groot deel van de Kamer is verder ontevreden over de bijdrage die werkgevers leveren aan de kosten van kinderopvang. Sinds dit jaar dragen overheid, werkgever en ouders allen voor eenderde bij aan de kosten. De werkgeversbijdrage is echter niet verplicht en blijft in een aantal CAO's uit. Zalm wil de lopende CAO-besprekingen in de gaten houden en als afspraken over de kinderopvang uitblijven, overweegt het kabinet de werkgevers te verplichten bij te dragen.
Behalve het lesgeld haalde ook een VVD-voorstel om het spaarloon eenmalig vrij te geven de eindstreep. Zalm gaf aan daar geen moeite mee te hebben, maar hij benadrukte wel dat de Kamer niet de illusie moet hebben dat burgers hierdoor massaal gaan consumeren. De VVD hoopt door het vrijgeven van het spaarloon, dat per werknemer kan oplopen tot 1200 euro, de kwakkelende economie wat aan te jagen. Volgens Zalm heeft het verleden bewezen dat zo'n maatregel slechts beperkt effect heeft.
De vraag hoe het consumentenvertrouwen een duw in de rug gegeven zou kunnen worden, stond centraal tijdens het debat over de voorjaarsnota, de stand van zaken rond de begroting. Een CDA-plan om volgend jaar de premies voor WW en WAO te verlagen, wees Zalm van de hand. Het zou leiden tot een hoger financieringstekort. Om dezelfde reden wilde de VVD-bewindsman ook niet aan een PvdA-pakket van ongeveer 1,3 miljard euro dat voorziet in onder meer een werkbonus van 500 euro per werknemer en een onmiddellijk herstel van de koppeling tussen lonen en uitkeringen.
Nederlands Dagblad Door onze redacteur Petra Noordhuis
UTRECHT/NIJMEGEN - De onvruchtbaarheid in Europa verdubbelt de komende tien jaar en als we zo doorgaan, is in het jaar 2100 iedereen onvruchtbaar, beweert de Britse onderzoeker Bill Ledger. Een realistische verwachting, zeggen zijn Nederlandse collega's.
Bill Ledger, een onderzoeker van de Sheffield Universiteit, heeft de discussie over onvruchtbaarheid op gang gebracht. Nu heeft 1 op de 6 paren in Europa moeite spontaan zwanger te worden. Dit kan de komende tien jaar oplopen tot 1 op de 3, stelde de Brit onlangs op een congres van de Europese Vereniging van Menselijke Reproductie en Embryologie in Kopenhagen.
De hoofdoorzaak van de toenemende onvruchtbaarheid is volgens hem overgewicht. Ook hebben steeds meer jongeren geslachtsziekten, stellen vrouwen hun eerste zwangerschap uit en zijn er aanwijzingen dat de kwaliteit van het sperma achteruitgaat.
De 'voorspelling' die de Britse onderzoeker in Kopenhagen heeft uitgesproken, is realistisch, zeggen twee vooraanstaande Nederlandse deskundigen die ook op het congres in Kopenhagen aanwezig waren.
Onvruchtbaarheid wordt een groot probleem in Europa, zegt prof. dr. Bart Fauser, hoogleraar voortplantingsgeneeskunde aan de Universiteit Utrecht. Overgewicht en geslachtsziekten zijn volgens hem ,,de grootste boosdoeners''. Of de vruchtbaarheid in Nederland al is afgenomen, durft hij niet te zeggen. ,,Daar zijn geen grote studies naar gedaan.''
Dr. Jan Kremer, hoofd van het IVF-team van het Universitair Medisch Centrum St. Radboud in Nijmegen en bestuurslid van de Nederlandse Vereniging voor Obstetrie en Gynaecologie (NVOG), zet wel een kanttekening bij de 'voorspelling' die Ledger doet. De bewering dat de onvruchtbaarheid in Europa verdubbelt, is geen wetenschappelijk onderbouwde stelling, maar komt voort uit gefilosofeer op basis van de cijfers. ,,De onvruchtbaarheid neemt sterk toe, dat staat vast. Maar je kunt op grond van de cijfers net zo goed zeggen dat het 1,5 keer zal toenemen.''
De vuistregel dat 1 op de 10 paren moeite heeft spontaan zwanger te worden, geldt nog altijd, zegt Fauser. ,,Je komt op 1 op de 6 uit, als je meeweegt dat vrouwen tegenwoordig op latere leeftijd kinderen krijgen.''
De leeftijd waarop een moeder haar eerste kind krijgt, stijgt elk jaar, volgens cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). In 1970 was de gemiddelde leeftijd waarop Nederlandse vrouwen hun eerste kind krijgen 24 jaar. In de jaren daarna is die leeftijd langzaam opgelopen tot 29 jaar. Nederland is daarmee wereldkampioen 'laat kinderen krijgen' en dat heeft z'n nadelen. ,,Als je boven de dertig bent, neemt de kans om binnen een jaar zwanger te worden af'', zegt Fauser.
Het is overigens niet zo dat 1 op de 6 stellen kinderloos blijft, zegt hij. ,,In Nederland consulteert één op de zes paren ooit in hun leven een dokter voor hun kinderwens.'' Veel van deze paren krijgen alsnog kinderen, na medische hulp. Volgens Kremer wordt in Nederland vijf procent van de kinderen geboren na IVF, inseminaties of een hormoonbehandeling. In Zweden is dat al acht procent. Kremer: ,,Als het zo doorgaat, gaan wij ook naar 8 procent.''
Ook overgewicht heeft gevolgen voor de vruchtbaarheid, zegt Fauser. ,,De kans op een gestoorde werking van de eierstokken neemt bij overgewicht toe.'' Overgewicht vormt een steeds grotere bedreiging voor de volksgezondheid. Meer dan 45 procent van de volwassen Nederlanders is te zwaar, volgens het CBS.
Mensen moeten in het reguliere zorgsysteem worden gewaarschuwd voor de risico's, vindt hij. Dat gebeurt nu te weinig. ,,Aandacht voor afvallen past niet in het Nederlands zorgsysteem. Dure medicijnen krijg je makkelijker dan een doorverwijzing naar een fysiotherapeut of een diëtist. Bovendien wordt een consult bij een fysiotherapeut of een diëtist over het algemeen niet vergoed.''
Het aantal mensen dat aan overgewicht lijdt, blijft stijgen, verwacht Kremer. ,,In Nederland heeft nu 10 procent van de mensen extreem overgewicht. Dit stijgt de komende tien jaar tot 20 procent.''
Het aantal seksueel overdraagbare aandoeningen in Nederland, is vorig jaar opnieuw aanzienlijk toegenomen. Chlamydia is de meest voorkomende geslachtsziekte. ,,Het aantal mensen dat deze geslachtsziekte heeft, is tussen het jaar 2000 en 2004 met 30 procent toegenomen'', zegt Kremer.
Elk jaar worden naar schatting 60.000 mensen met chlamydia geïnfecteerd, 35.000 vrouwen en 25.000 mannen. De infectie verloopt vaak zonder duidelijke symptomen, maar kan ondertussen wel de eileiders aantasten en verminderde vruchtbaarheid en onvruchtbaarheid veroorzaken.
Kwaliteit
Dan zijn er nog aanwijzingen dat de kwaliteit van het sperma achteruitgaat. ,,In landen om ons heen, als Denemarken, Frankrijk, en Engeland, laten alle cijfers een afname van de zaadkwaliteit zien. In Nederland is dit niet onderzocht'', zegt Kremer. Hoe de afname van de zaadkwaliteit is te verklaren, is nog onduidelijk. Milieu-invloeden spelen vermoedelijk een rol. ,,In de Theems worden stoffen gevonden die lijken op het vrouwelijk hormoon.'' Ook in de Schelde zijn hoge concentraties van dergelijke stoffen aangetroffen.
Een Deense onderzoeker kwam in 1992 als eerste met de theorie dat de vruchtbaarheid van mannen afneemt door stoffen uit de anticonceptiepil. Deze pil bevat stoffen die zijn afgeleid van het vrouwelijke hormoon. Als een vrouw die de pil slikt naar de wc gaat, komen de afgeleide hormonen met de urine in het afvalwater. Bij de waterzuivering worden de afgeleide hormonen er niet uitgehaald, waardoor ze in het drinkwater terechtkomen. Mannen krijgen ze zo binnen en dat zou hen verminderd vruchtbaar maken.
Volgens verschillende onderzoekers zijn er meer schadelijke stoffen in het milieu die op het lichaam inwerken alsof het oestrogenen zijn. De zogeheten 'xeno-oestrogenen' komen uit plastic-achtige stoffen, uit dioxine en uit sommige pesticiden.
,,Je kunt onvruchtbaarheid niet medisch oplossen. De maatschappij is ziekmakend'', concludeert Kremer. Onvruchtbaarheid is geen individueel, maar een maatschappelijk probleem, betoogt hij. Hij doelt op levensstijl: mensen eten te veel en bewegen te weinig. Vrouwen willen eerst carrière maken. Daarnaast vormt het vervuilde milieu vermoedelijk een bedreiging voor de vruchtbaarheid.
,,We zijn allemaal verantwoordelijk voor de toenemende onvruchtbaarheid. Daarom zou iedereen solidair moeten zijn met mensen die problemen hebben met hun vruchtbaarheid'', vindt hij. Dat de eerste IVF-behandeling niet wordt vergoed, vindt hij vreemd.
Hij pleit voor meer onderzoek, ook in Nederland. ,,We moeten de problemen in kaart brengen, wetenschappelijk onderzoek doen naar de oorzaken van onvruchtbaarheid, zodat we kunnen ingrijpen.''
Hij noemt de onvruchtbaarheid een zorgelijke ontwikkeling. ,,Ledger, de onderzoeker van de Sheffield Universiteit, heeft gekscherend gezegd: als deze lijn wordt doorgetrokken, is in 2100 iedereen onvruchtbaar.''
UTRECHT/NIJMEGEN - De onvruchtbaarheid in Europa verdubbelt de komende tien jaar en als we zo doorgaan, is in het jaar 2100 iedereen onvruchtbaar, beweert de Britse onderzoeker Bill Ledger. Een realistische verwachting, zeggen zijn Nederlandse collega's.
Bill Ledger, een onderzoeker van de Sheffield Universiteit, heeft de discussie over onvruchtbaarheid op gang gebracht. Nu heeft 1 op de 6 paren in Europa moeite spontaan zwanger te worden. Dit kan de komende tien jaar oplopen tot 1 op de 3, stelde de Brit onlangs op een congres van de Europese Vereniging van Menselijke Reproductie en Embryologie in Kopenhagen.
De hoofdoorzaak van de toenemende onvruchtbaarheid is volgens hem overgewicht. Ook hebben steeds meer jongeren geslachtsziekten, stellen vrouwen hun eerste zwangerschap uit en zijn er aanwijzingen dat de kwaliteit van het sperma achteruitgaat.
De 'voorspelling' die de Britse onderzoeker in Kopenhagen heeft uitgesproken, is realistisch, zeggen twee vooraanstaande Nederlandse deskundigen die ook op het congres in Kopenhagen aanwezig waren.
Onvruchtbaarheid wordt een groot probleem in Europa, zegt prof. dr. Bart Fauser, hoogleraar voortplantingsgeneeskunde aan de Universiteit Utrecht. Overgewicht en geslachtsziekten zijn volgens hem ,,de grootste boosdoeners''. Of de vruchtbaarheid in Nederland al is afgenomen, durft hij niet te zeggen. ,,Daar zijn geen grote studies naar gedaan.''
Dr. Jan Kremer, hoofd van het IVF-team van het Universitair Medisch Centrum St. Radboud in Nijmegen en bestuurslid van de Nederlandse Vereniging voor Obstetrie en Gynaecologie (NVOG), zet wel een kanttekening bij de 'voorspelling' die Ledger doet. De bewering dat de onvruchtbaarheid in Europa verdubbelt, is geen wetenschappelijk onderbouwde stelling, maar komt voort uit gefilosofeer op basis van de cijfers. ,,De onvruchtbaarheid neemt sterk toe, dat staat vast. Maar je kunt op grond van de cijfers net zo goed zeggen dat het 1,5 keer zal toenemen.''
De vuistregel dat 1 op de 10 paren moeite heeft spontaan zwanger te worden, geldt nog altijd, zegt Fauser. ,,Je komt op 1 op de 6 uit, als je meeweegt dat vrouwen tegenwoordig op latere leeftijd kinderen krijgen.''
De leeftijd waarop een moeder haar eerste kind krijgt, stijgt elk jaar, volgens cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). In 1970 was de gemiddelde leeftijd waarop Nederlandse vrouwen hun eerste kind krijgen 24 jaar. In de jaren daarna is die leeftijd langzaam opgelopen tot 29 jaar. Nederland is daarmee wereldkampioen 'laat kinderen krijgen' en dat heeft z'n nadelen. ,,Als je boven de dertig bent, neemt de kans om binnen een jaar zwanger te worden af'', zegt Fauser.
Het is overigens niet zo dat 1 op de 6 stellen kinderloos blijft, zegt hij. ,,In Nederland consulteert één op de zes paren ooit in hun leven een dokter voor hun kinderwens.'' Veel van deze paren krijgen alsnog kinderen, na medische hulp. Volgens Kremer wordt in Nederland vijf procent van de kinderen geboren na IVF, inseminaties of een hormoonbehandeling. In Zweden is dat al acht procent. Kremer: ,,Als het zo doorgaat, gaan wij ook naar 8 procent.''
Ook overgewicht heeft gevolgen voor de vruchtbaarheid, zegt Fauser. ,,De kans op een gestoorde werking van de eierstokken neemt bij overgewicht toe.'' Overgewicht vormt een steeds grotere bedreiging voor de volksgezondheid. Meer dan 45 procent van de volwassen Nederlanders is te zwaar, volgens het CBS.
Mensen moeten in het reguliere zorgsysteem worden gewaarschuwd voor de risico's, vindt hij. Dat gebeurt nu te weinig. ,,Aandacht voor afvallen past niet in het Nederlands zorgsysteem. Dure medicijnen krijg je makkelijker dan een doorverwijzing naar een fysiotherapeut of een diëtist. Bovendien wordt een consult bij een fysiotherapeut of een diëtist over het algemeen niet vergoed.''
Het aantal mensen dat aan overgewicht lijdt, blijft stijgen, verwacht Kremer. ,,In Nederland heeft nu 10 procent van de mensen extreem overgewicht. Dit stijgt de komende tien jaar tot 20 procent.''
Het aantal seksueel overdraagbare aandoeningen in Nederland, is vorig jaar opnieuw aanzienlijk toegenomen. Chlamydia is de meest voorkomende geslachtsziekte. ,,Het aantal mensen dat deze geslachtsziekte heeft, is tussen het jaar 2000 en 2004 met 30 procent toegenomen'', zegt Kremer.
Elk jaar worden naar schatting 60.000 mensen met chlamydia geïnfecteerd, 35.000 vrouwen en 25.000 mannen. De infectie verloopt vaak zonder duidelijke symptomen, maar kan ondertussen wel de eileiders aantasten en verminderde vruchtbaarheid en onvruchtbaarheid veroorzaken.
Kwaliteit
Dan zijn er nog aanwijzingen dat de kwaliteit van het sperma achteruitgaat. ,,In landen om ons heen, als Denemarken, Frankrijk, en Engeland, laten alle cijfers een afname van de zaadkwaliteit zien. In Nederland is dit niet onderzocht'', zegt Kremer. Hoe de afname van de zaadkwaliteit is te verklaren, is nog onduidelijk. Milieu-invloeden spelen vermoedelijk een rol. ,,In de Theems worden stoffen gevonden die lijken op het vrouwelijk hormoon.'' Ook in de Schelde zijn hoge concentraties van dergelijke stoffen aangetroffen.
Een Deense onderzoeker kwam in 1992 als eerste met de theorie dat de vruchtbaarheid van mannen afneemt door stoffen uit de anticonceptiepil. Deze pil bevat stoffen die zijn afgeleid van het vrouwelijke hormoon. Als een vrouw die de pil slikt naar de wc gaat, komen de afgeleide hormonen met de urine in het afvalwater. Bij de waterzuivering worden de afgeleide hormonen er niet uitgehaald, waardoor ze in het drinkwater terechtkomen. Mannen krijgen ze zo binnen en dat zou hen verminderd vruchtbaar maken.
Volgens verschillende onderzoekers zijn er meer schadelijke stoffen in het milieu die op het lichaam inwerken alsof het oestrogenen zijn. De zogeheten 'xeno-oestrogenen' komen uit plastic-achtige stoffen, uit dioxine en uit sommige pesticiden.
,,Je kunt onvruchtbaarheid niet medisch oplossen. De maatschappij is ziekmakend'', concludeert Kremer. Onvruchtbaarheid is geen individueel, maar een maatschappelijk probleem, betoogt hij. Hij doelt op levensstijl: mensen eten te veel en bewegen te weinig. Vrouwen willen eerst carrière maken. Daarnaast vormt het vervuilde milieu vermoedelijk een bedreiging voor de vruchtbaarheid.
,,We zijn allemaal verantwoordelijk voor de toenemende onvruchtbaarheid. Daarom zou iedereen solidair moeten zijn met mensen die problemen hebben met hun vruchtbaarheid'', vindt hij. Dat de eerste IVF-behandeling niet wordt vergoed, vindt hij vreemd.
Hij pleit voor meer onderzoek, ook in Nederland. ,,We moeten de problemen in kaart brengen, wetenschappelijk onderzoek doen naar de oorzaken van onvruchtbaarheid, zodat we kunnen ingrijpen.''
Hij noemt de onvruchtbaarheid een zorgelijke ontwikkeling. ,,Ledger, de onderzoeker van de Sheffield Universiteit, heeft gekscherend gezegd: als deze lijn wordt doorgetrokken, is in 2100 iedereen onvruchtbaar.''
In order to get rid of server failures caused by overload my Webmaster installed the server software (Web and FTP) on another existing PC. This PC was already in use as a local network server. The old system was left operational for a just in case situation.
The old Server System:
Fujitsu Siemens Myrica PC in use as a WAMP server:
Intel PIII 500Mhz processor
384 MB RAM
OS: WIN 2000 Pro SP4
Separate Non Shared Server HDD: 10GB FAT32
Software:
McAfee Firewall
McAfee Virusscanner
Serv-U v5.0 Corp FTP Server
Easy PHP v1.7 which includes:
Apache v1.3.27 HTTP Server
MySQL v4.0.15
PHP v4.33
PHPMyAdmin v2.5.3
The new Server System:
Fujitsu Siemens Scenic PC in use as a WAMP server:
Intel P4 1800Mhz processor
1024 MB RAM
OS: WIN XP PRO SP2
Separate Non Shared Server HDD: 20GB NTFS
Software:
McAfee Firewall
McAfee Virusscanner
Serv-U v5.0 Corp FTP Server
Easy PHP v1.7 which includes:
Apache v1.3.27 HTTP Server
MySQL v4.0.15
PHP v4.33
PHPMyAdmin v2.5.3
The old Server System:
Fujitsu Siemens Myrica PC in use as a WAMP server:
Intel PIII 500Mhz processor
384 MB RAM
OS: WIN 2000 Pro SP4
Separate Non Shared Server HDD: 10GB FAT32
Software:
McAfee Firewall
McAfee Virusscanner
Serv-U v5.0 Corp FTP Server
Easy PHP v1.7 which includes:
Apache v1.3.27 HTTP Server
MySQL v4.0.15
PHP v4.33
PHPMyAdmin v2.5.3
The new Server System:
Fujitsu Siemens Scenic PC in use as a WAMP server:
Intel P4 1800Mhz processor
1024 MB RAM
OS: WIN XP PRO SP2
Separate Non Shared Server HDD: 20GB NTFS
Software:
McAfee Firewall
McAfee Virusscanner
Serv-U v5.0 Corp FTP Server
Easy PHP v1.7 which includes:
Apache v1.3.27 HTTP Server
MySQL v4.0.15
PHP v4.33
PHPMyAdmin v2.5.3
Wednesday, June 29, 2005
De Standaard
BRUSSEL - De Nederlandse scholengroep LVO zoekt Vlaamse leerkrachten om voor haar klassen te staan. Niet alleen omdat er in eigen land te weinig onderwijspersoneel is. Ook de discipline van onze leerkrachten is gegeerd.
,,We rekruteren onze leerkrachten ook in Vlaanderen omdat we zelf met een tekort kampen'', zegt Piet Philipse. Hij is personeelsdirecteur van de stichting Limburgs Voortgezet Onderwijs (LVO). Die overkoepelt ruim 20 secundaire scholen, met samen 32.000 leerlingen. ,,Vooral voor Latijn, Engels en Duits hebben we leerkrachten tekort.''
Daarom publiceerde de scholengroep vorige week een personeelsadvertentie in de Vlaamse pers. Een week later hebben al 100 Vlaamse leerkrachten zich aangeboden. Zij zouden volgens Het Belang van Limburg vooral uit Belgisch-Limburg komen.
Volgens Philipse hebben de Vlaamse leerkrachten een meerwaarde voor de Nederlandse scholen: ,,Het Vlaamse onderwijs is nog steeds vooral gebaseerd op kennis en discipline. De Nederlandse lerarenopleiding daarentegen gaat uit van inzicht en sociale vaardigheden. Maar we hebben nood aan meer discipline.''
Dat Nederlandse ouders liever een gedisciplineerde school kiezen, komt volgens de personeelsdirecteur van LVO omdat de slinger de laatste jaren te veel naar de andere kant is doorgeslagen.
Voor die portie orde en tucht moeten de Vlaamse leerkrachten zorgen. Dat op zo'n korte tijd al zoveel sollicitaties zijn binnengekomen, toont de bereidheid daarvoor. ,,Nochtans betaalt het Nederlandse onderwijs relatief weinig'', zegt Piet Philipse. ,,Het maandelijkse loon is wel iets hoger, maar je moet meer uren kloppen. De klassen zijn bovendien groter dan in Vlaanderen.''
Wat heeft het Nederlandse onderwijs dan aan onze leerkrachten te bieden? ,,De uitdaging is groter'', antwoordt Philipse prompt. ,,De leerlingen stellen alles in vraag. Daardoor moet je je voortdurend verantwoorden. De jongeren nemen niets zomaar aan. Ze zeggen hun mening. Dat maakt het leuker voor de leerkracht.'' Een ander voordeel van het Nederlandse onderwijs is dat je sneller een vaste benoeming te pakken hebt.
BRUSSEL - De Nederlandse scholengroep LVO zoekt Vlaamse leerkrachten om voor haar klassen te staan. Niet alleen omdat er in eigen land te weinig onderwijspersoneel is. Ook de discipline van onze leerkrachten is gegeerd.
,,We rekruteren onze leerkrachten ook in Vlaanderen omdat we zelf met een tekort kampen'', zegt Piet Philipse. Hij is personeelsdirecteur van de stichting Limburgs Voortgezet Onderwijs (LVO). Die overkoepelt ruim 20 secundaire scholen, met samen 32.000 leerlingen. ,,Vooral voor Latijn, Engels en Duits hebben we leerkrachten tekort.''
Daarom publiceerde de scholengroep vorige week een personeelsadvertentie in de Vlaamse pers. Een week later hebben al 100 Vlaamse leerkrachten zich aangeboden. Zij zouden volgens Het Belang van Limburg vooral uit Belgisch-Limburg komen.
Volgens Philipse hebben de Vlaamse leerkrachten een meerwaarde voor de Nederlandse scholen: ,,Het Vlaamse onderwijs is nog steeds vooral gebaseerd op kennis en discipline. De Nederlandse lerarenopleiding daarentegen gaat uit van inzicht en sociale vaardigheden. Maar we hebben nood aan meer discipline.''
Dat Nederlandse ouders liever een gedisciplineerde school kiezen, komt volgens de personeelsdirecteur van LVO omdat de slinger de laatste jaren te veel naar de andere kant is doorgeslagen.
Voor die portie orde en tucht moeten de Vlaamse leerkrachten zorgen. Dat op zo'n korte tijd al zoveel sollicitaties zijn binnengekomen, toont de bereidheid daarvoor. ,,Nochtans betaalt het Nederlandse onderwijs relatief weinig'', zegt Piet Philipse. ,,Het maandelijkse loon is wel iets hoger, maar je moet meer uren kloppen. De klassen zijn bovendien groter dan in Vlaanderen.''
Wat heeft het Nederlandse onderwijs dan aan onze leerkrachten te bieden? ,,De uitdaging is groter'', antwoordt Philipse prompt. ,,De leerlingen stellen alles in vraag. Daardoor moet je je voortdurend verantwoorden. De jongeren nemen niets zomaar aan. Ze zeggen hun mening. Dat maakt het leuker voor de leerkracht.'' Een ander voordeel van het Nederlandse onderwijs is dat je sneller een vaste benoeming te pakken hebt.
Trouw Door Harriët Salm
Op een vmbo in Amsterdam- Zuidoost vinden dagelijks bedreigingen plaats, ondervond socioloog Bowen Paulle. Maar in rapporten las hij daar niets over. „We hebben weinig kennis over wat er werkelijk speelt in het onderwijs.”
De meeste leerlingen op de school van zijn onderzoek zijn van Surinaamse of Antilliaanse afkomst, minder dan vijf procent is autochtoon. „Ik werkte er als leraar tot 2002. Iedere dag was er in de pauze de dreiging van vechtpartijen, soms kwam het er ook van. Maar de school zelf wilde dat niet vertellen, dat is slecht voor het imago.”
Paulle is ook bedreigd. ,,Ik liet jongens nablijven. Eentje zei: u komt met de metro? Mooi, dan neem ik mijn pistool mee.” De reactie van zijn baas noemt hij veelzeggend. „Ik kreeg twee weken later een klopje op de schouder met de mededeling: het was een grap. Ongelooflijk.”
Hij wil de school niet met naam in de krant. „De school kan niet helpen dat kinderen uit instabiele gezinnen samen worden gepropt. Daarmee wordt een explosieve schoolsituatie gecreëerd.”
Paulle kwam bij leerlingen thuis en observeerde hun gedrag. Ook de cijfers over uitval van lessen, van leerlingen, van leraren, kloppen niet, concludeerde hij. „Ik heb meegemaakt hoe een moeilijke klas opeens poeslief werd toen een inspecteur binnen kwam. Ook interviews met leerlingen halen de waarheid niet boven tafel. Een leerling kan in een rustige omgeving een traditioneel verhaal over normen en waarden houden. Maar pas als je observeert hoe hij zich op straat gedraagt, krijg je het hele verhaal.”
De analyse over het onderwijs blijft door gebrek aan diepgaand onderzoek steken in het aanwijzen van zwarte en witte scholen, vindt hij. „Maar er was op mijn school geen rechtstreeks verband tussen gedrag en afkomst. Er zijn lieve Surinaamse kinderen en dominante Surinaamse leiders die de boel verzieken. Belangrijker is: hebben kinderen emotionele zelfbeheersing als zij in een chaotische situatie belanden. Is er stabiliteit in het gezin? Afkomst uit een stabiel milieu is een betere classificatie voor stabiel gedrag dan etniciteit of wijk.”
Paulle denkt dat met betere onderzoeksmethoden verborgen feiten boven tafel moeten komen. „Die kennis, ook over wat wel goed gaat, moet vervolgens breed verspreid worden. Nu is er onder beleidsmakers ook geen emotionele betrokkenheid. Hoe wil je dan met oplossingen komen?”
Hij mat met een stopwatch hoeveel effectieve minuten lesgegeven werd. „De gemiddelde leraar haalde 15 van de 45 minuten, de rest van de tijd ben je bezig met: doe je jas uit, waar zijn je boeken, wil je je omdraaien. De leraren die moeilijk orde houden halen twee of drie minuten. En de echt goede leraren halen een halfuur. Vanwege lesuitval en orde problemen krijgen deze leerlingen niet vijf, maar drie dagen in de week les. Dat weet niemand.”
Op een vmbo in Amsterdam- Zuidoost vinden dagelijks bedreigingen plaats, ondervond socioloog Bowen Paulle. Maar in rapporten las hij daar niets over. „We hebben weinig kennis over wat er werkelijk speelt in het onderwijs.”
De meeste leerlingen op de school van zijn onderzoek zijn van Surinaamse of Antilliaanse afkomst, minder dan vijf procent is autochtoon. „Ik werkte er als leraar tot 2002. Iedere dag was er in de pauze de dreiging van vechtpartijen, soms kwam het er ook van. Maar de school zelf wilde dat niet vertellen, dat is slecht voor het imago.”
Paulle is ook bedreigd. ,,Ik liet jongens nablijven. Eentje zei: u komt met de metro? Mooi, dan neem ik mijn pistool mee.” De reactie van zijn baas noemt hij veelzeggend. „Ik kreeg twee weken later een klopje op de schouder met de mededeling: het was een grap. Ongelooflijk.”
Hij wil de school niet met naam in de krant. „De school kan niet helpen dat kinderen uit instabiele gezinnen samen worden gepropt. Daarmee wordt een explosieve schoolsituatie gecreëerd.”
Paulle kwam bij leerlingen thuis en observeerde hun gedrag. Ook de cijfers over uitval van lessen, van leerlingen, van leraren, kloppen niet, concludeerde hij. „Ik heb meegemaakt hoe een moeilijke klas opeens poeslief werd toen een inspecteur binnen kwam. Ook interviews met leerlingen halen de waarheid niet boven tafel. Een leerling kan in een rustige omgeving een traditioneel verhaal over normen en waarden houden. Maar pas als je observeert hoe hij zich op straat gedraagt, krijg je het hele verhaal.”
De analyse over het onderwijs blijft door gebrek aan diepgaand onderzoek steken in het aanwijzen van zwarte en witte scholen, vindt hij. „Maar er was op mijn school geen rechtstreeks verband tussen gedrag en afkomst. Er zijn lieve Surinaamse kinderen en dominante Surinaamse leiders die de boel verzieken. Belangrijker is: hebben kinderen emotionele zelfbeheersing als zij in een chaotische situatie belanden. Is er stabiliteit in het gezin? Afkomst uit een stabiel milieu is een betere classificatie voor stabiel gedrag dan etniciteit of wijk.”
Paulle denkt dat met betere onderzoeksmethoden verborgen feiten boven tafel moeten komen. „Die kennis, ook over wat wel goed gaat, moet vervolgens breed verspreid worden. Nu is er onder beleidsmakers ook geen emotionele betrokkenheid. Hoe wil je dan met oplossingen komen?”
Hij mat met een stopwatch hoeveel effectieve minuten lesgegeven werd. „De gemiddelde leraar haalde 15 van de 45 minuten, de rest van de tijd ben je bezig met: doe je jas uit, waar zijn je boeken, wil je je omdraaien. De leraren die moeilijk orde houden halen twee of drie minuten. En de echt goede leraren halen een halfuur. Vanwege lesuitval en orde problemen krijgen deze leerlingen niet vijf, maar drie dagen in de week les. Dat weet niemand.”
Tuesday, June 28, 2005
NU.NL
DELFT - Ruim een op de zes scholieren tussen de 9 en 11 jaar is regelmatig het slachtoffer van pesterijen op school. Een op de twintig kinderen zegt zelf een pestkop te zijn. Dat blijkt uit een onderzoek van TNO-medewerker M. Fekkes.
Hij vond ook uit dat scholen die hun best doen om pesten de kop in te drukken, daar ook in kunnen slagen. Op die scholen wordt met vragenlijsten pestgedrag gemeten, maken onderwijzers met leerlingen afspraken over omgangsregels en houden ze een oogje in het zeil op het schoolplein.
Op scholen die pesten aanpakken, neemt dit verschijnsel af, constateerde Fekkes. Leerlingen van scholen die niet in actie komen, kregen in de onderzoeksperiode juist meer met pesten te maken. Scholen die hun strenge aanpak van pesten laten varen, krijgen weer meer met het fenomeen te maken.
Kinderen die geplaagd worden op school, hebben vaker hoofdpijn, slapen slechter, plassen meer in bed en zijn vaker depressief. Fekkes promoveert dinsdag op zijn onderzoek aan de Universiteit Leiden.
DELFT - Ruim een op de zes scholieren tussen de 9 en 11 jaar is regelmatig het slachtoffer van pesterijen op school. Een op de twintig kinderen zegt zelf een pestkop te zijn. Dat blijkt uit een onderzoek van TNO-medewerker M. Fekkes.
Hij vond ook uit dat scholen die hun best doen om pesten de kop in te drukken, daar ook in kunnen slagen. Op die scholen wordt met vragenlijsten pestgedrag gemeten, maken onderwijzers met leerlingen afspraken over omgangsregels en houden ze een oogje in het zeil op het schoolplein.
Op scholen die pesten aanpakken, neemt dit verschijnsel af, constateerde Fekkes. Leerlingen van scholen die niet in actie komen, kregen in de onderzoeksperiode juist meer met pesten te maken. Scholen die hun strenge aanpak van pesten laten varen, krijgen weer meer met het fenomeen te maken.
Kinderen die geplaagd worden op school, hebben vaker hoofdpijn, slapen slechter, plassen meer in bed en zijn vaker depressief. Fekkes promoveert dinsdag op zijn onderzoek aan de Universiteit Leiden.
NRC Handelsblad Door onze redacteur Sheila Kamerman
ROTTERDAM, 28 JUNI. Hoofdpijn, slaapproblemen, buikpijn, bedplassen, depressie of zelfs dood willen. Kinderen die gepest worden, hebben er veel vaker last van dan kinderen die niet worden gepest. En pesten komt op scholen veel voor: meer dan 16 procent van de kinderen tussen negen en elf jaar wordt regelmatig gepest. Bijna zes procent van de schoolkinderen pest zelf.
Sommige scholen doen veel moeite om pesten te voorkomen, andere scholen doen er vrijwel niets aan. Minne Fekkes van de TNO-afdeling 'kwaliteit van leven' onderzocht of een antipestbeleid op school helpt. Het antwoord is 'ja'. Vandaag promoveerde hij aan de universiteit Leiden op zijn onderzoek Bullying among elementary school children, pesten onder kinderen op de basisschool.
Fekkes: ,,In Noorwegen is in de jaren tachtig onderzoek gedaan naar antipestbeleid op de basisschool. De effecten waren groot: een daling tot vijftig procent. Ik heb dat onderzoek als leidraad genomen voor Nederland.''
Fekkes selecteerde 47 basisscholen: 15 scholen werden actief geholpen een antipestbeleid op te zetten, de overige scholen waren controlegroep. Het onderzoek vond plaats in de drie hoogste groepen (negen tot twaalf jaar), omdat daar het pesten vaak het hevigst is.
Het antipestbeleid kunnen scholen voor een deel zelf invullen, maar er zijn ook een aantal vaste onderdelen. In elk geval moeten er met de kinderen duidelijke afspraken worden gemaakt, zegt Fekkes. ,,Scholen kunnen bijvoorbeeld de omgangsregels opschrijven. Laat alle leerlingen hun naam eronder zetten en spijker het op de deur. Dat is duidelijk. Daarnaast is goed toezicht op het schoolplein belangrijk, omdat juist daar vaak gepest wordt.
Praten over pesten helpt ook. Leraren kunnen tegen de leerlingen zeggen: vertel het vooral als je gepest wordt. En ze kunnen het onderwerp bespreken elke keer als de ouders langskomen voor een 'tienminutengesprekje'. Ouders horen het vaak wél van hun kind als het gepest wordt, maar vertellen dat lang niet altijd aan de leraar.''
Leraren wéten vaak niet dat kinderen gepest worden. Uit de anonieme vragenlijsten die Fekkes de leerlingen liet invullen, bleek ook dat de helft van de gepeste kinderen het niet aan de leerklacht vertelt. Als leraren het pesten opmerken, proberen ze het meestal te stoppen. Maar vaak lukt het niet, zegt Fekkes. Onderdeel van het antipestbeleid moet dan ook training van de leraren zijn.
Het pesten verminderde met dertig procent, bleek toen Fekkes de scholen vergeleek met de controlegroep. Ook merkte hij dat klasgenoten na invoering van een antipestbeleid beter met elkaar omgaan.
,,Maar scholen moeten het beleid wel doorzetten'', zegt Fekkes. ,,Dus niet een antipestprojectje van een jaar en het daarna laten versloffen. Want dan neemt het pesten gegarandeerd weer toe.''
ROTTERDAM, 28 JUNI. Hoofdpijn, slaapproblemen, buikpijn, bedplassen, depressie of zelfs dood willen. Kinderen die gepest worden, hebben er veel vaker last van dan kinderen die niet worden gepest. En pesten komt op scholen veel voor: meer dan 16 procent van de kinderen tussen negen en elf jaar wordt regelmatig gepest. Bijna zes procent van de schoolkinderen pest zelf.
Sommige scholen doen veel moeite om pesten te voorkomen, andere scholen doen er vrijwel niets aan. Minne Fekkes van de TNO-afdeling 'kwaliteit van leven' onderzocht of een antipestbeleid op school helpt. Het antwoord is 'ja'. Vandaag promoveerde hij aan de universiteit Leiden op zijn onderzoek Bullying among elementary school children, pesten onder kinderen op de basisschool.
Fekkes: ,,In Noorwegen is in de jaren tachtig onderzoek gedaan naar antipestbeleid op de basisschool. De effecten waren groot: een daling tot vijftig procent. Ik heb dat onderzoek als leidraad genomen voor Nederland.''
Fekkes selecteerde 47 basisscholen: 15 scholen werden actief geholpen een antipestbeleid op te zetten, de overige scholen waren controlegroep. Het onderzoek vond plaats in de drie hoogste groepen (negen tot twaalf jaar), omdat daar het pesten vaak het hevigst is.
Het antipestbeleid kunnen scholen voor een deel zelf invullen, maar er zijn ook een aantal vaste onderdelen. In elk geval moeten er met de kinderen duidelijke afspraken worden gemaakt, zegt Fekkes. ,,Scholen kunnen bijvoorbeeld de omgangsregels opschrijven. Laat alle leerlingen hun naam eronder zetten en spijker het op de deur. Dat is duidelijk. Daarnaast is goed toezicht op het schoolplein belangrijk, omdat juist daar vaak gepest wordt.
Praten over pesten helpt ook. Leraren kunnen tegen de leerlingen zeggen: vertel het vooral als je gepest wordt. En ze kunnen het onderwerp bespreken elke keer als de ouders langskomen voor een 'tienminutengesprekje'. Ouders horen het vaak wél van hun kind als het gepest wordt, maar vertellen dat lang niet altijd aan de leraar.''
Leraren wéten vaak niet dat kinderen gepest worden. Uit de anonieme vragenlijsten die Fekkes de leerlingen liet invullen, bleek ook dat de helft van de gepeste kinderen het niet aan de leerklacht vertelt. Als leraren het pesten opmerken, proberen ze het meestal te stoppen. Maar vaak lukt het niet, zegt Fekkes. Onderdeel van het antipestbeleid moet dan ook training van de leraren zijn.
Het pesten verminderde met dertig procent, bleek toen Fekkes de scholen vergeleek met de controlegroep. Ook merkte hij dat klasgenoten na invoering van een antipestbeleid beter met elkaar omgaan.
,,Maar scholen moeten het beleid wel doorzetten'', zegt Fekkes. ,,Dus niet een antipestprojectje van een jaar en het daarna laten versloffen. Want dan neemt het pesten gegarandeerd weer toe.''
NU.NL
DEN HAAG - De organisatie Melio-Flexcare uit Abcoude handelt in strijd met de regels door au pairs aan te bieden die niet bij het gastgezin in huis wonen. Dat heeft het ministerie van Justitie dinsdag in een verklaring laten weten.
De regeling voor au pairs bepaalt dat een au pair bij het gastgezin in huis moet wonen. Als dat niet het geval zal zijn, krijgt de au pair geen verblijfsvergunning. De 'flexopairs' van Melio-Flexcare verzorgen de kinderen overdag in het huis van het gastgezin. 's Avonds gaan ze terug naar hun eigen huis, dat van het bemiddelingsbureau is. Ze delen die woning met vier of vijf meisjes uit het land van herkomst.
IND
De Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) zal de lopende aanvragen intrekken. Met de gastgezinnen die via Melio-Flexcare een au pair hebben, hoopt de dienst overeen te komen dat de au pair alsnog bij het gezin in huis gaat wonen, zei een woordvoerder van het ministerie.
De au pair en het gastgezin moeten bij de aanvraag van een verblijfsvergunning schriftelijk verklaren dat het gezin 'vrije kost en inwoning' biedt en dat de au pair in ruil daarvoor in de huishouding van het gastgezin helpt. Volgens het ministerie betekent dat feitelijk dat de au pair in het huis van het gezin woont en daar slaapt, eet en ingeschreven staat. Ook mag de au pair alleen in het gastgezin assisteren dat het verblijf voor haar heeft geregeld.
Inwoning
De regels zijn volgens het ministerie gericht op de bescherming van de au pair. Het uitgangspunt is dat de au pair kennis moet kunnen maken met de Nederlandse samenleving en cultuur, waarbij de betrokkene geen werk zoals bedoeld in de Wet arbeid vreemdelingen mag doen. "Inwoning bij één en hetzelfde gastgezin garandeert zoveel mogelijk dat dit uitgangspunt wordt gerespecteerd", meent het departement.
DEN HAAG - De organisatie Melio-Flexcare uit Abcoude handelt in strijd met de regels door au pairs aan te bieden die niet bij het gastgezin in huis wonen. Dat heeft het ministerie van Justitie dinsdag in een verklaring laten weten.
De regeling voor au pairs bepaalt dat een au pair bij het gastgezin in huis moet wonen. Als dat niet het geval zal zijn, krijgt de au pair geen verblijfsvergunning. De 'flexopairs' van Melio-Flexcare verzorgen de kinderen overdag in het huis van het gastgezin. 's Avonds gaan ze terug naar hun eigen huis, dat van het bemiddelingsbureau is. Ze delen die woning met vier of vijf meisjes uit het land van herkomst.
IND
De Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) zal de lopende aanvragen intrekken. Met de gastgezinnen die via Melio-Flexcare een au pair hebben, hoopt de dienst overeen te komen dat de au pair alsnog bij het gezin in huis gaat wonen, zei een woordvoerder van het ministerie.
De au pair en het gastgezin moeten bij de aanvraag van een verblijfsvergunning schriftelijk verklaren dat het gezin 'vrije kost en inwoning' biedt en dat de au pair in ruil daarvoor in de huishouding van het gastgezin helpt. Volgens het ministerie betekent dat feitelijk dat de au pair in het huis van het gezin woont en daar slaapt, eet en ingeschreven staat. Ook mag de au pair alleen in het gastgezin assisteren dat het verblijf voor haar heeft geregeld.
Inwoning
De regels zijn volgens het ministerie gericht op de bescherming van de au pair. Het uitgangspunt is dat de au pair kennis moet kunnen maken met de Nederlandse samenleving en cultuur, waarbij de betrokkene geen werk zoals bedoeld in de Wet arbeid vreemdelingen mag doen. "Inwoning bij één en hetzelfde gastgezin garandeert zoveel mogelijk dat dit uitgangspunt wordt gerespecteerd", meent het departement.
NU.NL
NEW DELHI - Indiase boswachters worden in de oostelijke staat Jharkhand afgeschrikt door vrouwen die zich beginnen te ontkleden als hun mannen wegens illegale houtkap worden aangehouden. Dat meldden Indiase media dinsdag.
Het is "moeilijk" om met deze vrouwen om te gaan, aldus een functionaris. "Het voor hen al bijna een gewoonte geworden om zich te ontkleden en om problemen te voorkomen eindigt het vaak in de vrijlating van de daders."
Toen boswachters onlangs drie mannen met illegaal gekapt hout arresteerden, doemden plotseling vijftig vrouwen op die zich begonnen te ontkleden. De wachters namen de benen uit angst voor de politie. Om de problemen het hoofd te bieden willen de autoriteiten nu vrouwelijke boswachters opleiden.
NEW DELHI - Indiase boswachters worden in de oostelijke staat Jharkhand afgeschrikt door vrouwen die zich beginnen te ontkleden als hun mannen wegens illegale houtkap worden aangehouden. Dat meldden Indiase media dinsdag.
Het is "moeilijk" om met deze vrouwen om te gaan, aldus een functionaris. "Het voor hen al bijna een gewoonte geworden om zich te ontkleden en om problemen te voorkomen eindigt het vaak in de vrijlating van de daders."
Toen boswachters onlangs drie mannen met illegaal gekapt hout arresteerden, doemden plotseling vijftig vrouwen op die zich begonnen te ontkleden. De wachters namen de benen uit angst voor de politie. Om de problemen het hoofd te bieden willen de autoriteiten nu vrouwelijke boswachters opleiden.
De Telegraaf
DEN HAAG - Scholen in het basisonderwijs kunnen Spaans in het lespakket opnemen. Minister Van der Hoeven (Onderwijs) wil drie jaar kijken of daaraan bij scholen behoefte is. Van der Hoeven heeft dat maandag aan de Tweede Kamer geschreven.
"Als deze proefperiode positief uitpakt, dan kan de mogelijkheid van het aanbieden van de Spaanse taal wettelijk mogelijk gemaakt worden", aldus de minister. Basisscholen hebben al de mogelijkheid om Duits of Frans te geven. De Tweede-Kamerleden Lambrechts (D66) en Balemans (VVD) hadden voorgesteld Spaans als vak in het pakket van de basisschool op te nemen.
DEN HAAG - Scholen in het basisonderwijs kunnen Spaans in het lespakket opnemen. Minister Van der Hoeven (Onderwijs) wil drie jaar kijken of daaraan bij scholen behoefte is. Van der Hoeven heeft dat maandag aan de Tweede Kamer geschreven.
"Als deze proefperiode positief uitpakt, dan kan de mogelijkheid van het aanbieden van de Spaanse taal wettelijk mogelijk gemaakt worden", aldus de minister. Basisscholen hebben al de mogelijkheid om Duits of Frans te geven. De Tweede-Kamerleden Lambrechts (D66) en Balemans (VVD) hadden voorgesteld Spaans als vak in het pakket van de basisschool op te nemen.
Monday, June 27, 2005
AD.nl
Stralend van trots toonde kroonprins Willem-Alexander gistermiddag zijn pasgeboren dochtertje: ,,Hier is ze dan!''

De trotse vader toont zijn 'wolk van een dochter'. Foto AP
Het prinsesje, wier naam komende week pas bekend wordt, was om 14.40 uur op de wereld gekomen en lag rustig te slapen op het koninklijke zijden kussen.
,,Ik ben weer sprakeloos'', zei Prins Willem-Alexander, die duidelijk onder de indruk was en emotioneel na de geboorte van zijn tweede kind. ,,Máxima en ik zijn intens dankbaar dat ons gezin is uitgebreid met een nieuwe loot en dat het allemaal zo voorspoedig is verlopen.''
De nieuwste Oranjetelg is 50 centimeter lang en woog bij geboorte 3490 gram, een normaal gewicht voor een pasgeboren baby. Hoewel lange tijd is gedacht dat prinses Máxima half juli zou bevallen, bleek gisteren dat haar uitgerekende datum al deze week viel. Het nieuwe prinsesje is derhalve op tijd geboren.
,,Tijdens de vorige zwangerschap waren er wat complicaties'', vertelde gynaecologe M. Smeets, ,,maar daar was dit keer geen sprake van. Máxima had een voorspoedige zwangerschap, waardoor ze lange tijd heeft kunnen doorwerken. Hierdoor was de gebeurtenis zelf ook wat meer ontspannen. We hebben eigenlijk een heel leuke dag gehad. Vanmorgen vroeg ben ik door Willem-Alexander gebeld dat de weeën waren begonnen. Om 9 uur was iedereen in het ziekenhuis en twee uur later braken spontaan de vliezen. Daarna ging het heel vlot. Máxima heeft het geweldig gedaan, complimenten aan de jonge moeder.'' Kinderarts J. Kreijnen-Meinesz vertelde dat Amalia een lief zusje heeft, dat 'luid en duidelijk' ter wereld kwam.
Terwijl haar vader vervolgens trots zijn verhaal vertelde, sabbelde het prinsesje - dat derde wordt in de lijn van de troonopvolging - op haar handjes. ,,Ze lijkt net zo'n rustig kind te zijn als Amalia'', aldus de prins. ,,Dit meisje is heel gelukkig met zichzelf en blij op deze wereld te zijn.''
Bij de bevalling waren alleen het koninklijk paar en het verplegend personeel aanwezig.
Stralend van trots toonde kroonprins Willem-Alexander gistermiddag zijn pasgeboren dochtertje: ,,Hier is ze dan!''

De trotse vader toont zijn 'wolk van een dochter'. Foto AP
Het prinsesje, wier naam komende week pas bekend wordt, was om 14.40 uur op de wereld gekomen en lag rustig te slapen op het koninklijke zijden kussen.
,,Ik ben weer sprakeloos'', zei Prins Willem-Alexander, die duidelijk onder de indruk was en emotioneel na de geboorte van zijn tweede kind. ,,Máxima en ik zijn intens dankbaar dat ons gezin is uitgebreid met een nieuwe loot en dat het allemaal zo voorspoedig is verlopen.''
De nieuwste Oranjetelg is 50 centimeter lang en woog bij geboorte 3490 gram, een normaal gewicht voor een pasgeboren baby. Hoewel lange tijd is gedacht dat prinses Máxima half juli zou bevallen, bleek gisteren dat haar uitgerekende datum al deze week viel. Het nieuwe prinsesje is derhalve op tijd geboren.
,,Tijdens de vorige zwangerschap waren er wat complicaties'', vertelde gynaecologe M. Smeets, ,,maar daar was dit keer geen sprake van. Máxima had een voorspoedige zwangerschap, waardoor ze lange tijd heeft kunnen doorwerken. Hierdoor was de gebeurtenis zelf ook wat meer ontspannen. We hebben eigenlijk een heel leuke dag gehad. Vanmorgen vroeg ben ik door Willem-Alexander gebeld dat de weeën waren begonnen. Om 9 uur was iedereen in het ziekenhuis en twee uur later braken spontaan de vliezen. Daarna ging het heel vlot. Máxima heeft het geweldig gedaan, complimenten aan de jonge moeder.'' Kinderarts J. Kreijnen-Meinesz vertelde dat Amalia een lief zusje heeft, dat 'luid en duidelijk' ter wereld kwam.
Terwijl haar vader vervolgens trots zijn verhaal vertelde, sabbelde het prinsesje - dat derde wordt in de lijn van de troonopvolging - op haar handjes. ,,Ze lijkt net zo'n rustig kind te zijn als Amalia'', aldus de prins. ,,Dit meisje is heel gelukkig met zichzelf en blij op deze wereld te zijn.''
Bij de bevalling waren alleen het koninklijk paar en het verplegend personeel aanwezig.
Trouw Door George Marlet
Nederlandse aspirant-militairen vinden in België wat ze in eigen land niet meer hebben: baanzekerheid tot het pensioen. ’Hollanders’ doen het goed in het Belgische leger.
Kapitein-commandant Dirk Vandam legt de telefoon neer en draait zich met een brede glimlach naar Jeske van Rijthoven.
,,Proficiat. U ben niet alleen de eerste maar ook de enige Nederlandse vrouw in het Belgische leger.’’ Soldaat Van Rijthoven (21) straalt, al heeft haar bezoek aan het Defensiehuis in Antwerpen niet opgeleverd waar ze eigenlijk voor kwam: de inschrijving als beroepsvrijwilliger. Dat kan pas in augustus, nadat ze tien maanden in het Belgische leger heeft gediend.
Jeske vouwt de aanbevelingsbrief van haar commandant op en stopt hem weer in de linkerborstzak, met erboven het opschrift BELGIUM. Dat van die tien maanden is even een tegenvaller, maar haar plan verandert niet. Jeske van Rijthoven wil beroepsmilitair voor onbepaalde tijd worden en dan nog het liefst onderofficier. Dat wist ze al toen ze 15 jaar was en nog op de Mavo in het Brabantse Oosterhout zat.
,,Ik ben eerst in Nederland gaan informeren, maar wat me daar tegenstond, was dat de contracten zo kort waren. In België kun je je contract omzetten naar onbepaalde tijd. Mijn opa, die kolonel was bij de Nederlandse luchtmacht, heeft me zelfs aangemoedigd. Hij is me na de opleiding de baret komen opzetten. Supertrots was-ie.’’
De baanzekerheid lokt meer Nederlanders naar het Belgische leger, dat sinds begin 2004 openstaat voor alle EU-onderdanen (zie kader).
Vorig jaar solliciteerden 31 Nederlanders van wie er zeven zijn ingelijfd, zoals de Vlamingen dat noemen. De eerste vijf maanden van dit jaar hebben al 39 Nederlanders gesolliciteerd. Met twee van hen gaat de Belgische krijgsmacht verder. Volgende maand komt een derde Nederlander op, wat het totaal op tien brengt.
Nederlanders krijgen hun militaire basisopleiding van vier maanden in Leopoldsburg, Belgisch Limburg. Voor Jeske van Rijthoven was het behoorlijk wennen en omschakelen. Niet alleen van burger naar militair, maar ook van Nederland naar België.
,,De mentaliteit is hier anders. Ik ben zelf redelijk recht-voor-z’n-raap, maar dat werkt hier niet. Ik heb geleerd dingen anders te brengen met hetzelfde effect. Daar heb ik heel veel profijt van.’’ De reacties op de ’Hollandse’ waren van meet af aan positief. ,,Mensen waren nieuwsgierig. Ze vinden het tof dat je volledig meedraait.’’
Na de basisopleiding is Jeske bij 11 Geniebataljon in Burcht geplaatst. ,,Ik wilde alleen bij de genie en dat is gelukt.’’ De opleiding voor pionier bij de gevechtsgenie duurt ook vier maanden.
Jeske geniet met volle teugen van het leggen of opruimen van mijnen, blokkades en springladingen. ,,De genie is één grote familie. Het is super om daarbij te blijven. Het is echt werk met nut, het heeft betekenis, zeker als je in het buitenland kunt helpen met wederopbouw. Dat lijkt me het mooiste wat er is.’’
Tijdens de basisopleiding heeft Jeske haar vriend Dries leren kennen, met wie ze nu samenwoont in een dorpje bij Gent. Als ze trouwen, krijgt Jeske de Belgische nationaliteit, maar nu heeft ze een tijdelijke verblijfsvergunning moeten aanvragen. ,,Er komt een hele papierwinkel aan te pas voordat je in België kunt wonen en werken. Dat moet je niet onderschatten.’’
Jeske weet inmiddels dat congé vakantie betekent en consigne straf. ,,Dat haalde ik altijd door elkaar.’’ Ze spreekt een grappig mengelmoesje van Brabants en Vlaams. ,,In Brabant zeggen ze: o, je spreekt Vlaams. Hier horen ze direct dat ik een Nederlandse ben. Maar ze hebben het nu wel over ’onze Hollandse’.’’
Nederlandse aspirant-militairen vinden in België wat ze in eigen land niet meer hebben: baanzekerheid tot het pensioen. ’Hollanders’ doen het goed in het Belgische leger.
Kapitein-commandant Dirk Vandam legt de telefoon neer en draait zich met een brede glimlach naar Jeske van Rijthoven.
,,Proficiat. U ben niet alleen de eerste maar ook de enige Nederlandse vrouw in het Belgische leger.’’ Soldaat Van Rijthoven (21) straalt, al heeft haar bezoek aan het Defensiehuis in Antwerpen niet opgeleverd waar ze eigenlijk voor kwam: de inschrijving als beroepsvrijwilliger. Dat kan pas in augustus, nadat ze tien maanden in het Belgische leger heeft gediend.
Jeske vouwt de aanbevelingsbrief van haar commandant op en stopt hem weer in de linkerborstzak, met erboven het opschrift BELGIUM. Dat van die tien maanden is even een tegenvaller, maar haar plan verandert niet. Jeske van Rijthoven wil beroepsmilitair voor onbepaalde tijd worden en dan nog het liefst onderofficier. Dat wist ze al toen ze 15 jaar was en nog op de Mavo in het Brabantse Oosterhout zat.
,,Ik ben eerst in Nederland gaan informeren, maar wat me daar tegenstond, was dat de contracten zo kort waren. In België kun je je contract omzetten naar onbepaalde tijd. Mijn opa, die kolonel was bij de Nederlandse luchtmacht, heeft me zelfs aangemoedigd. Hij is me na de opleiding de baret komen opzetten. Supertrots was-ie.’’
De baanzekerheid lokt meer Nederlanders naar het Belgische leger, dat sinds begin 2004 openstaat voor alle EU-onderdanen (zie kader).
Vorig jaar solliciteerden 31 Nederlanders van wie er zeven zijn ingelijfd, zoals de Vlamingen dat noemen. De eerste vijf maanden van dit jaar hebben al 39 Nederlanders gesolliciteerd. Met twee van hen gaat de Belgische krijgsmacht verder. Volgende maand komt een derde Nederlander op, wat het totaal op tien brengt.
Nederlanders krijgen hun militaire basisopleiding van vier maanden in Leopoldsburg, Belgisch Limburg. Voor Jeske van Rijthoven was het behoorlijk wennen en omschakelen. Niet alleen van burger naar militair, maar ook van Nederland naar België.
,,De mentaliteit is hier anders. Ik ben zelf redelijk recht-voor-z’n-raap, maar dat werkt hier niet. Ik heb geleerd dingen anders te brengen met hetzelfde effect. Daar heb ik heel veel profijt van.’’ De reacties op de ’Hollandse’ waren van meet af aan positief. ,,Mensen waren nieuwsgierig. Ze vinden het tof dat je volledig meedraait.’’
Na de basisopleiding is Jeske bij 11 Geniebataljon in Burcht geplaatst. ,,Ik wilde alleen bij de genie en dat is gelukt.’’ De opleiding voor pionier bij de gevechtsgenie duurt ook vier maanden.
Jeske geniet met volle teugen van het leggen of opruimen van mijnen, blokkades en springladingen. ,,De genie is één grote familie. Het is super om daarbij te blijven. Het is echt werk met nut, het heeft betekenis, zeker als je in het buitenland kunt helpen met wederopbouw. Dat lijkt me het mooiste wat er is.’’
Tijdens de basisopleiding heeft Jeske haar vriend Dries leren kennen, met wie ze nu samenwoont in een dorpje bij Gent. Als ze trouwen, krijgt Jeske de Belgische nationaliteit, maar nu heeft ze een tijdelijke verblijfsvergunning moeten aanvragen. ,,Er komt een hele papierwinkel aan te pas voordat je in België kunt wonen en werken. Dat moet je niet onderschatten.’’
Jeske weet inmiddels dat congé vakantie betekent en consigne straf. ,,Dat haalde ik altijd door elkaar.’’ Ze spreekt een grappig mengelmoesje van Brabants en Vlaams. ,,In Brabant zeggen ze: o, je spreekt Vlaams. Hier horen ze direct dat ik een Nederlandse ben. Maar ze hebben het nu wel over ’onze Hollandse’.’’
Saturday, June 25, 2005
NU.NL
AMSTERDAM - De politie heeft de jacht geopend op een man die in Amsterdam vrouwen lastigvalt door hun vanuit het niets een tongzoen te geven. De 'seriezoener' slaat vooral toe in de metrostations tussen de binnenstad en Amsterdam-Zuidoost.
Volgens de politie hebben inmiddels zeven vrouwen aangifte gedaan. Ze sluit niet uit dat er meerdere slachtoffers zijn.
De man benadert de vrouwen van achteren door ze aan te tikken. Als ze zich omdraaien, grijpt hij hen vast en zoent ze vol op de mond waarbij hij zijn tong naar binnen duwt. De slachtoffers, variërend in de leeftijd van zeventien tot halverwege de dertig jaar oud, blijven na een paar seconden verbouwereerd achter.
Signalement
Volgens de politie hebben de meeste incidenten half mei plaatsgevonden. Het is lastig de 'seriezoener' op te sporen, omdat zijn signalement onduidelijk is. De vrouwen zijn volgens een woordvoerder vaak zo overdonderd, dat ze niet goed kunnen navertellen hoe hij eruitzag.
DNA
Vermoedelijk gaat het om een negroïde man gekleed in een zwarte jas met capuchon met een tenger postuur en tussen 1,70 en 1,80 meter lang. Hij wordt op ongeveer twintig jaar geschat. De politie heeft wel DNA kunnen bemachtigen, omdat een vrouw direct nadat ze was gezoend, bij de politie speeksel kon afgeven.
AMSTERDAM - De politie heeft de jacht geopend op een man die in Amsterdam vrouwen lastigvalt door hun vanuit het niets een tongzoen te geven. De 'seriezoener' slaat vooral toe in de metrostations tussen de binnenstad en Amsterdam-Zuidoost.
Volgens de politie hebben inmiddels zeven vrouwen aangifte gedaan. Ze sluit niet uit dat er meerdere slachtoffers zijn.
De man benadert de vrouwen van achteren door ze aan te tikken. Als ze zich omdraaien, grijpt hij hen vast en zoent ze vol op de mond waarbij hij zijn tong naar binnen duwt. De slachtoffers, variërend in de leeftijd van zeventien tot halverwege de dertig jaar oud, blijven na een paar seconden verbouwereerd achter.
Signalement
Volgens de politie hebben de meeste incidenten half mei plaatsgevonden. Het is lastig de 'seriezoener' op te sporen, omdat zijn signalement onduidelijk is. De vrouwen zijn volgens een woordvoerder vaak zo overdonderd, dat ze niet goed kunnen navertellen hoe hij eruitzag.
DNA
Vermoedelijk gaat het om een negroïde man gekleed in een zwarte jas met capuchon met een tenger postuur en tussen 1,70 en 1,80 meter lang. Hij wordt op ongeveer twintig jaar geschat. De politie heeft wel DNA kunnen bemachtigen, omdat een vrouw direct nadat ze was gezoend, bij de politie speeksel kon afgeven.
NU.NL
ZANDVOORT - Een 57-jarige Amsterdammer die dacht ongestraft beelden te kunnen filmen van mooie meisjes op het strand, kwam van een koude kermis thuis. Agenten betrapten hem met een videocamera op het Zandvoortse strand, na klachten van strandgangers. Dat heeft de politie vrijdag bekendgemaakt.
Mensen bespieden is strafbaar in Algemene Plaatselijke Verordening in Zandvoort. Dus ook zomaar meisjes en vrouwen filmen en fotograferen.
De Amsterdammer gaf toe dat hij jonge dames had gefilmd. De politie nam zijn camera en zijn opnames in beslag. Hij kreeg ook een proces-verbaal.
Volgens de politie komt het niet vaak voor dat mannen met de camera op pad gaan om op het strand leuke beelden van schaars geklede dames te maken.
ZANDVOORT - Een 57-jarige Amsterdammer die dacht ongestraft beelden te kunnen filmen van mooie meisjes op het strand, kwam van een koude kermis thuis. Agenten betrapten hem met een videocamera op het Zandvoortse strand, na klachten van strandgangers. Dat heeft de politie vrijdag bekendgemaakt.
Mensen bespieden is strafbaar in Algemene Plaatselijke Verordening in Zandvoort. Dus ook zomaar meisjes en vrouwen filmen en fotograferen.
De Amsterdammer gaf toe dat hij jonge dames had gefilmd. De politie nam zijn camera en zijn opnames in beslag. Hij kreeg ook een proces-verbaal.
Volgens de politie komt het niet vaak voor dat mannen met de camera op pad gaan om op het strand leuke beelden van schaars geklede dames te maken.
de Volkskrant
DEN HAAG - Allochtone vrouwen die door hun partner zijn achtergelaten in hun herkomstland en een Nederlands kind hebben, krijgen niet automatisch een verblijfsvergunning voor Nederland. Het kabinet heeft dat vrijdag besloten. De Tweede Kamer had hier in een motie van VVD-Kamerlid Hirsi Ali wel om gevraagd.
Het kabinet vindt dat in navolging van minister Verdonk (Vreemdelingenzaken en Integratie) echter niet wenselijk, onder meer omdat het misbruik in de hand kan werken. Wel moeten vrouwen die recht hebben op een verblijf in Nederland zo snel mogelijk kunnen terugkeren.
In beginsel moeten gedumpte vrouwen hun zaken regelen in het herkomstland, vaak Turkije of Marokko. Zij kan daar een echtscheiding naar Nederlands recht in gang zetten en ook aangifte doen tegen haar partner. Als het echt noodzakelijk is en niet anders kan, mag een vrouw eventueel tijdelijk naar Nederland om haar zaken verder af te handelen. Zij krijgt echter geen tijdelijke status maar moet een visum regelen.
Dat staat in de brief van Verdonk die vrijdag naar de Tweede Kamer heeft gestuurd. Als een scheiding naar Nederlands recht wordt uitgesproken heeft een vrouw ook recht op alimentatie. In de ogen van het kabinet blijft de vrouw dan niet financieel onverzorgd achter. Als een man alimentatie moet betalen, wordt het lastiger om een nieuwe vrouw uit zijn herkomstland te halen.
Verder vindt het kabinet achterlating van vrouwen geen reden om een verblijfsvergunning van de dader in te trekken. Achterlating is volgens het kabinet verwerpelijk maar niet strafbaar, zodat er geen veroordeling mogelijk is. Intrekken van een status zou een buitenproportionele maatregel zijn.
Daarnaast zet Verdonk in op voorlichting om het fenomeen achterlating tegen te gaan. Zo moeten vrouwen zoveel mogelijk zelf maatregelen nemen voordat ze afreizen. Ook heeft zij de problematiek onder de aandacht van ambassades gebracht. Nu worden de vrouwen, van wie vaak de papieren zijn afgepakt, van het kastje naar de muur gestuurd. Ook hebben de gemeenten een brief gekregen om alert te zijn als echtgenoten een persoon uit het gemeenteregister schrijven. De Kamer wil dat deze gang van zaken helemaal onmogelijk wordt gemaakt.
Naar schatting worden jaarlijks tientallen vrouwen gedumpt in het buitenland. Bij de steunpunten en ambassades melden zich echter veel minder vrouwen.
De Tweede Kamer hield al twee spoeddebatten over de kwestie. VVD-Kamerlid Hirsi Ali heeft de brief van Verdonk nog niet gelezen maar zei vrijdag dat ze erbij blijft dat de motie over de terugkeer van vrouwen met Nederlandse kinderen, wordt uitgevoerd. Woensdag praat de Kamer er opnieuw over.
DEN HAAG - Allochtone vrouwen die door hun partner zijn achtergelaten in hun herkomstland en een Nederlands kind hebben, krijgen niet automatisch een verblijfsvergunning voor Nederland. Het kabinet heeft dat vrijdag besloten. De Tweede Kamer had hier in een motie van VVD-Kamerlid Hirsi Ali wel om gevraagd.
Het kabinet vindt dat in navolging van minister Verdonk (Vreemdelingenzaken en Integratie) echter niet wenselijk, onder meer omdat het misbruik in de hand kan werken. Wel moeten vrouwen die recht hebben op een verblijf in Nederland zo snel mogelijk kunnen terugkeren.
In beginsel moeten gedumpte vrouwen hun zaken regelen in het herkomstland, vaak Turkije of Marokko. Zij kan daar een echtscheiding naar Nederlands recht in gang zetten en ook aangifte doen tegen haar partner. Als het echt noodzakelijk is en niet anders kan, mag een vrouw eventueel tijdelijk naar Nederland om haar zaken verder af te handelen. Zij krijgt echter geen tijdelijke status maar moet een visum regelen.
Dat staat in de brief van Verdonk die vrijdag naar de Tweede Kamer heeft gestuurd. Als een scheiding naar Nederlands recht wordt uitgesproken heeft een vrouw ook recht op alimentatie. In de ogen van het kabinet blijft de vrouw dan niet financieel onverzorgd achter. Als een man alimentatie moet betalen, wordt het lastiger om een nieuwe vrouw uit zijn herkomstland te halen.
Verder vindt het kabinet achterlating van vrouwen geen reden om een verblijfsvergunning van de dader in te trekken. Achterlating is volgens het kabinet verwerpelijk maar niet strafbaar, zodat er geen veroordeling mogelijk is. Intrekken van een status zou een buitenproportionele maatregel zijn.
Daarnaast zet Verdonk in op voorlichting om het fenomeen achterlating tegen te gaan. Zo moeten vrouwen zoveel mogelijk zelf maatregelen nemen voordat ze afreizen. Ook heeft zij de problematiek onder de aandacht van ambassades gebracht. Nu worden de vrouwen, van wie vaak de papieren zijn afgepakt, van het kastje naar de muur gestuurd. Ook hebben de gemeenten een brief gekregen om alert te zijn als echtgenoten een persoon uit het gemeenteregister schrijven. De Kamer wil dat deze gang van zaken helemaal onmogelijk wordt gemaakt.
Naar schatting worden jaarlijks tientallen vrouwen gedumpt in het buitenland. Bij de steunpunten en ambassades melden zich echter veel minder vrouwen.
De Tweede Kamer hield al twee spoeddebatten over de kwestie. VVD-Kamerlid Hirsi Ali heeft de brief van Verdonk nog niet gelezen maar zei vrijdag dat ze erbij blijft dat de motie over de terugkeer van vrouwen met Nederlandse kinderen, wordt uitgevoerd. Woensdag praat de Kamer er opnieuw over.
Friday, June 24, 2005
Trouw Door Wouter Bax
Tot 2014 wachten met de herziening van de EU-landbouwbegroting is belachelijk, vindt de Britse premier Tony Blair. Hij veegt de vloer aan met het akkoordje waarop Duitsland en Frankrijk het in 2002 gooiden.
Diplomaten en politici geloofden niet wat ze hoorden op de top van regeringsleiders van de Europese Unie op 24 oktober 2002. Al voor de vergadering was begonnen, hadden de Franse president Jacques Chirac en de Duitse bondskanselier Gerhard Schröder een landbouwakkoord gesloten.
Het gebeurde in hun gezamenlijke Brusselse hotel, het Conrad Hotel, tijdens een onderonsje op uitnodiging van Chirac. Tot verbijstering van zijn eigen diplomaten stemde Schröder in met een bevriezing van de landbouwbegroting tot en met 2013.
Het totaalbedrag zou niet meer worden gecompenseerd voor de inflatie, waardoor de post zou krimpen van 45 procent van het EU-budget naar 35 procent in 2013. Frankrijk won, want inhoudelijke wijzigingen van het landbouwbudget zouden zijn deel van de koek nog veel verder bedreigen. Duitsland verloor, had Gerhard Schröder moeten snappen, want zijn land zou delen in de klappen van een krimpend budget.
Hoe groot de verbazing was onder de andere landen, bleek diezelfde avond bij de Nederlandse delegatie in Hotel Meridien. De toenmalige minister van buitenlandse zaken Jaap de Hoop Scheffer deed stoer. Hij had het heus wel zien aankomen, zei hij. Per slot van rekening had hij Parijs en Berlijn elke dag aan de telefoon. Maar enkele meters verderop had Ben Bot, toen Nederlands toponderhandelaar bij de EU, een heel ander verhaal. ,,We wisten van niks’’, zei hij. ,,En ik begrijp werkelijk niet wat Schröder heeft bezield.’’
Wie ook van niets wist en daar zeer boos over was, was Tony Blair. Hij stemde in met het voorstel omdat anders de uitbreiding van de Europese Unie met tien nieuwe lidstaten gevaar zou lopen. Blair wilde die uitbreiding heel graag, niet in de laatste plaats omdat vele Oost-Europese landen onder de toetreders zijn Angelsaksische, Amerikaans georiënteerde visie op de economie delen. Nu laat hij blijken de streek van Chirac en Schröder nooit te zijn vergeten.
In de aanloop naar de afgelopen topontmoeting van EU-regeringsleiders in Brussel verdedigde Blair de korting van Groot-Brittannië op de EU-contributie door keihard de aanval in te zetten op de landbouwbegroting. Dat is vanzelfsprekend een rechtstreekse aanval op Frankrijk, maar Blair weigerde om over de EU-begroting te praten als de allergrootste post op die begroting buiten alle discussie zou worden gehouden.
Vandaar zijn betoog, gisteren. ,,De begroting van de EU moet een stuk rationeler zijn dan nu’’, zegt hij. ,,Een moderne EU-begroting is geen begroting die in de komende tien jaar 40 procent voor de landbouw reserveert.’’
Het product van Chirac en Schröder moet dus van tafel, vindt Blair, zodat er frisse ruimte komt om te onderhandelen. Hij blijft rekenen op een Europees begrotingsakkoord in het komende halfjaar, nog tijdens het Britse voorzitterschap.
Tot 2014 wachten met de herziening van de EU-landbouwbegroting is belachelijk, vindt de Britse premier Tony Blair. Hij veegt de vloer aan met het akkoordje waarop Duitsland en Frankrijk het in 2002 gooiden.
Diplomaten en politici geloofden niet wat ze hoorden op de top van regeringsleiders van de Europese Unie op 24 oktober 2002. Al voor de vergadering was begonnen, hadden de Franse president Jacques Chirac en de Duitse bondskanselier Gerhard Schröder een landbouwakkoord gesloten.
Het gebeurde in hun gezamenlijke Brusselse hotel, het Conrad Hotel, tijdens een onderonsje op uitnodiging van Chirac. Tot verbijstering van zijn eigen diplomaten stemde Schröder in met een bevriezing van de landbouwbegroting tot en met 2013.
Het totaalbedrag zou niet meer worden gecompenseerd voor de inflatie, waardoor de post zou krimpen van 45 procent van het EU-budget naar 35 procent in 2013. Frankrijk won, want inhoudelijke wijzigingen van het landbouwbudget zouden zijn deel van de koek nog veel verder bedreigen. Duitsland verloor, had Gerhard Schröder moeten snappen, want zijn land zou delen in de klappen van een krimpend budget.
Hoe groot de verbazing was onder de andere landen, bleek diezelfde avond bij de Nederlandse delegatie in Hotel Meridien. De toenmalige minister van buitenlandse zaken Jaap de Hoop Scheffer deed stoer. Hij had het heus wel zien aankomen, zei hij. Per slot van rekening had hij Parijs en Berlijn elke dag aan de telefoon. Maar enkele meters verderop had Ben Bot, toen Nederlands toponderhandelaar bij de EU, een heel ander verhaal. ,,We wisten van niks’’, zei hij. ,,En ik begrijp werkelijk niet wat Schröder heeft bezield.’’
Wie ook van niets wist en daar zeer boos over was, was Tony Blair. Hij stemde in met het voorstel omdat anders de uitbreiding van de Europese Unie met tien nieuwe lidstaten gevaar zou lopen. Blair wilde die uitbreiding heel graag, niet in de laatste plaats omdat vele Oost-Europese landen onder de toetreders zijn Angelsaksische, Amerikaans georiënteerde visie op de economie delen. Nu laat hij blijken de streek van Chirac en Schröder nooit te zijn vergeten.
In de aanloop naar de afgelopen topontmoeting van EU-regeringsleiders in Brussel verdedigde Blair de korting van Groot-Brittannië op de EU-contributie door keihard de aanval in te zetten op de landbouwbegroting. Dat is vanzelfsprekend een rechtstreekse aanval op Frankrijk, maar Blair weigerde om over de EU-begroting te praten als de allergrootste post op die begroting buiten alle discussie zou worden gehouden.
Vandaar zijn betoog, gisteren. ,,De begroting van de EU moet een stuk rationeler zijn dan nu’’, zegt hij. ,,Een moderne EU-begroting is geen begroting die in de komende tien jaar 40 procent voor de landbouw reserveert.’’
Het product van Chirac en Schröder moet dus van tafel, vindt Blair, zodat er frisse ruimte komt om te onderhandelen. Hij blijft rekenen op een Europees begrotingsakkoord in het komende halfjaar, nog tijdens het Britse voorzitterschap.
Amigoe.com
WILLEMSTAD — Van de jongeren van dertien en veertien jaar zit 22 tot 44 procent nog op de basisschool. Juist deze leerlingen, die het al op de lagere school niet goed deden, verlaten het voorgezet onderwijs voortijdig. Het gemiddelde percentage leerlingen dat geen schooldiploma behaalt, bedraagt voor alle eilanden 44,2.
Deze cijfers presenteerde de regering bij de aanbieding van de landsverordening over de sociale vormingsplicht. Andere kerncijfers uit een onderzoek door de Directie Jeugd en Jongerenontwikkeling die de noodzaak van deze sociale vormingsplicht ondersteunen:
* Per jaar blijft 14 procent van de schooljeugd zitten. Het percentage varieert per schooltype en leerjaar;
* Het mavo heeft een percentage zittenblijvers van 36;
* Van de Antilliaanse jeugd verlaat 40 procent het voortgezet onderwijs met een diploma;
* De meerderheid (60 procent) heeft onvoldoende sociale en technische vaardigheden om een baan te krijgen;
* Opvoeding en persoonlijkheidsvorming hebben thuis vaak onvoldoende plaatsgevonden, mede ook vanwege de afwezigheid van ouders door werk.
Vormingsplicht
HET ANTILLIAANSE parlement heeft officieel ingestemd met de Landsverordening Sociale Vormingsplicht. Hoewel het een groot ‘men dempe de put als het kalf verdronken is’-gehalte heeft, is dat een goede zaak. Het komt nu aan op uitvoering; niet met Nederland als belanghebbende, maar allereerst de betrokken jongeren zelf en daarmee ook de lokale gemeenschap.
Het heeft allemaal veel te lang geduurd. Al decennia geleden werden de eerste voorstellen in deze richting gelanceerd. Al in de tijd van de kabinetten-Evertsz (1973) en -Rozendal (1977) werd over de noodzaak van extra aandacht en opleiding voor jeugdigen gefilosofeerd. Het kwam er steeds maar niet van. Ook niet ten tijde van de vier regeringen-Martina in de jaren ’80 en evenmin, opnieuw tien jaar later, toen de discussie werd voortgezet onder de noemer ‘Ontwikkelingsbrigade’. Dat had allerlei redenen. Maar vooral door politieke laksheid. En ook omdat een vormingsplicht werd gezien als een vernedering van de Antilliaanse burger. De noodzaak ervan is inmiddels aangetoond, nu de kinderen van toen inmiddels de ouders van vandaag zijn en in een groot aantal gevallen niet tegen hun opvoedingstaak opgewassen zijn.
De Taskforce Antilliaanse Jongeren bleek helaas niet meer dan een doekje voor het bloeden. Het was teveel gericht op het maken van beleid en te weinig op operationeel niveau; stapels plannen en onderzoeksrapporten werden geproduceerd, maar men ging nauwelijks de straat op. En juist dáár moet het opbouwwerk gebeuren.
Nu is er dan eindelijk – het moet gezegd worden: mede onder zware druk van de Nederlandse politiek – groen licht voor een serieuze aanpak. Hopelijk gaven de Staten niet hun goedkeuring om Nederland te pleasen, maar om werkelijk te proberen de achterstanden waarmee een groot deel van de jeugd kampt, weg te werken. Achterstanden overigens, die – zoals gesteld – niet alleen bij jongeren, maar ook bij veel ouders bestaan. In een latere fase zou bijzondere aandacht voor volwassenen niet misstaan.
EÉN VAN DE grootste uitdagingen zit hem in het trachten te bereiken van de volle 100 procent van de doelgroep. Niet alleen degenen die zich vrijwillig opgeven en de anderen die zich na een oproep melden, maar juist ook de jongeren die zich proberen te onttrekken aan de vormingsplicht en zelfs ronduit weigeren.
Wat dat betreft is het eenvoudig om een wettekst op te stellen, deze in het parlement te behandelen en er goedkeuring aan te geven. Waar het op aankomt is, zoals altijd, de uitvoering. Gevreesd moet worden dat dit zeker in het begin bepaald niet vlekkeloos zal verlopen. Want als het al bij lange na niet lukt om de leerplicht na te leven, hoe verwachten de autoriteiten dan dat zij wel invulling kunnen geven aan de vormingsplicht? Daarvoor zijn hoe dan ook extra menskracht en extra middelen nodig. 4 Miljoen gulden van Nederland voor het pilotproject klinkt misschien aardig, maar is beslist niet voldoende om ook structureel van de vormingsplicht een succes te maken.
WILLEMSTAD — Van de jongeren van dertien en veertien jaar zit 22 tot 44 procent nog op de basisschool. Juist deze leerlingen, die het al op de lagere school niet goed deden, verlaten het voorgezet onderwijs voortijdig. Het gemiddelde percentage leerlingen dat geen schooldiploma behaalt, bedraagt voor alle eilanden 44,2.
Deze cijfers presenteerde de regering bij de aanbieding van de landsverordening over de sociale vormingsplicht. Andere kerncijfers uit een onderzoek door de Directie Jeugd en Jongerenontwikkeling die de noodzaak van deze sociale vormingsplicht ondersteunen:
* Per jaar blijft 14 procent van de schooljeugd zitten. Het percentage varieert per schooltype en leerjaar;
* Het mavo heeft een percentage zittenblijvers van 36;
* Van de Antilliaanse jeugd verlaat 40 procent het voortgezet onderwijs met een diploma;
* De meerderheid (60 procent) heeft onvoldoende sociale en technische vaardigheden om een baan te krijgen;
* Opvoeding en persoonlijkheidsvorming hebben thuis vaak onvoldoende plaatsgevonden, mede ook vanwege de afwezigheid van ouders door werk.
Vormingsplicht
HET ANTILLIAANSE parlement heeft officieel ingestemd met de Landsverordening Sociale Vormingsplicht. Hoewel het een groot ‘men dempe de put als het kalf verdronken is’-gehalte heeft, is dat een goede zaak. Het komt nu aan op uitvoering; niet met Nederland als belanghebbende, maar allereerst de betrokken jongeren zelf en daarmee ook de lokale gemeenschap.
Het heeft allemaal veel te lang geduurd. Al decennia geleden werden de eerste voorstellen in deze richting gelanceerd. Al in de tijd van de kabinetten-Evertsz (1973) en -Rozendal (1977) werd over de noodzaak van extra aandacht en opleiding voor jeugdigen gefilosofeerd. Het kwam er steeds maar niet van. Ook niet ten tijde van de vier regeringen-Martina in de jaren ’80 en evenmin, opnieuw tien jaar later, toen de discussie werd voortgezet onder de noemer ‘Ontwikkelingsbrigade’. Dat had allerlei redenen. Maar vooral door politieke laksheid. En ook omdat een vormingsplicht werd gezien als een vernedering van de Antilliaanse burger. De noodzaak ervan is inmiddels aangetoond, nu de kinderen van toen inmiddels de ouders van vandaag zijn en in een groot aantal gevallen niet tegen hun opvoedingstaak opgewassen zijn.
De Taskforce Antilliaanse Jongeren bleek helaas niet meer dan een doekje voor het bloeden. Het was teveel gericht op het maken van beleid en te weinig op operationeel niveau; stapels plannen en onderzoeksrapporten werden geproduceerd, maar men ging nauwelijks de straat op. En juist dáár moet het opbouwwerk gebeuren.
Nu is er dan eindelijk – het moet gezegd worden: mede onder zware druk van de Nederlandse politiek – groen licht voor een serieuze aanpak. Hopelijk gaven de Staten niet hun goedkeuring om Nederland te pleasen, maar om werkelijk te proberen de achterstanden waarmee een groot deel van de jeugd kampt, weg te werken. Achterstanden overigens, die – zoals gesteld – niet alleen bij jongeren, maar ook bij veel ouders bestaan. In een latere fase zou bijzondere aandacht voor volwassenen niet misstaan.
EÉN VAN DE grootste uitdagingen zit hem in het trachten te bereiken van de volle 100 procent van de doelgroep. Niet alleen degenen die zich vrijwillig opgeven en de anderen die zich na een oproep melden, maar juist ook de jongeren die zich proberen te onttrekken aan de vormingsplicht en zelfs ronduit weigeren.
Wat dat betreft is het eenvoudig om een wettekst op te stellen, deze in het parlement te behandelen en er goedkeuring aan te geven. Waar het op aankomt is, zoals altijd, de uitvoering. Gevreesd moet worden dat dit zeker in het begin bepaald niet vlekkeloos zal verlopen. Want als het al bij lange na niet lukt om de leerplicht na te leven, hoe verwachten de autoriteiten dan dat zij wel invulling kunnen geven aan de vormingsplicht? Daarvoor zijn hoe dan ook extra menskracht en extra middelen nodig. 4 Miljoen gulden van Nederland voor het pilotproject klinkt misschien aardig, maar is beslist niet voldoende om ook structureel van de vormingsplicht een succes te maken.
Thursday, June 23, 2005
AD.nl Door Fatima Moreira de Melo

Fatima Moreira de Melo
Ik vind Wimbledon toch een van de mooiste sporttoer-nooien. De sfeer die er omheen hangt, is zo traditioneel.
Zo ook de witte kleding. Serena Williams staat er weer in een aparte creatie met kant. Als tennisster heeft ze haar sporen verdiend, maar als fashion designer slaat ze mijns inziens regelmatig, zo niet altijd, de plank mis. Kom op zeg, je staat op Wimbledon, niet in een lingeriewinkel! Buiten het feit dat het pakje nasty is, staat het haar ook nog eens niet.
Aan de andere kant staat Sjarapova. Na haar overwinning op Wimbledon vorig jaar heeft ze zo'n 20 miljoen gecasht. Niet slecht voor iemand die zegt dat ze het belangrijker vindt om zich goed te voelen dan er goed uit te zien. Toch denk ik dat ze zich er wel degelijk van bewust is dat de inkomsten die ze genereert, voor een groot deel door haar looks komen. En daar is niets mis mee.
Het gevolg is wel dat Sjarapova altijd zal moeten bewijzen dat ze toch echt primair een topsporter is. Zelfs nadat ze Llagostera Vives van de baan had geveegd, moest ze nog verantwoorden waarom ze harder dan ooit kreunde. Aan Henin zou die vraag nooit zijn gesteld. Ik noem het voor het gemak maar het Koernikova-verschijnsel. Zij heeft een erfenis nagelaten voor alle vrouwelijke sporters die er goed uitzien. Bij mannen is dit nooit aan de orde. Hoe lekker een tennisser er ook uitziet, hij zal nooit afgerekend worden op zijn looks en ijdelheid.
Nu wil ik niet zeggen dat ik Nadal lekker vind, maar het is wel duidelijk dat hij erg ijdel is. Al is zijn kledingkeuze bij mij ook allesbehalve favoriet. Een driekwart broek ziet er sowieso al niet aantrekkelijk uit bij een man. Maar op de tennisbaan kan het al helemaal niet. Tijdens Roland Garros heb ik een keer geprobeerd bij te houden hoe vaak hij zijn broek uit zijn bilspleet aan het vissen was tijdens de wedstrijd. Dat was dus echt niet te tellen. Die broek zit dus ook nog eens te strak!
De grap is dat Koernikova zich onbewust door hetzelfde te doen voor het eerst als sekssymbool heeft geprofileerd. Ook het mouwloze shirt lijkt niet ideaal voor Nadal te zijn, aangezien hij na elke rally met een handdoek het zweet van zijn armen moet vegen. Maar ja, als hij een ander shirtje zou dragen, zouden de spierballen er natuurlijk niet goed uitkomen. Naast een goede speler is hij dus ook gewoon een ijdeltuit die na de wedstrijd snel zijn lokken losgooit.
Maakt allemaal helemaal niets uit, hoor, maar we moeten nu eens af van het Koernikova-verschijnsel. Kreunen is kreunen, niets meer, niets minder - ook als Sjarapova het doet.

Fatima Moreira de Melo
Ik vind Wimbledon toch een van de mooiste sporttoer-nooien. De sfeer die er omheen hangt, is zo traditioneel.
Zo ook de witte kleding. Serena Williams staat er weer in een aparte creatie met kant. Als tennisster heeft ze haar sporen verdiend, maar als fashion designer slaat ze mijns inziens regelmatig, zo niet altijd, de plank mis. Kom op zeg, je staat op Wimbledon, niet in een lingeriewinkel! Buiten het feit dat het pakje nasty is, staat het haar ook nog eens niet.
Aan de andere kant staat Sjarapova. Na haar overwinning op Wimbledon vorig jaar heeft ze zo'n 20 miljoen gecasht. Niet slecht voor iemand die zegt dat ze het belangrijker vindt om zich goed te voelen dan er goed uit te zien. Toch denk ik dat ze zich er wel degelijk van bewust is dat de inkomsten die ze genereert, voor een groot deel door haar looks komen. En daar is niets mis mee.
Het gevolg is wel dat Sjarapova altijd zal moeten bewijzen dat ze toch echt primair een topsporter is. Zelfs nadat ze Llagostera Vives van de baan had geveegd, moest ze nog verantwoorden waarom ze harder dan ooit kreunde. Aan Henin zou die vraag nooit zijn gesteld. Ik noem het voor het gemak maar het Koernikova-verschijnsel. Zij heeft een erfenis nagelaten voor alle vrouwelijke sporters die er goed uitzien. Bij mannen is dit nooit aan de orde. Hoe lekker een tennisser er ook uitziet, hij zal nooit afgerekend worden op zijn looks en ijdelheid.
Nu wil ik niet zeggen dat ik Nadal lekker vind, maar het is wel duidelijk dat hij erg ijdel is. Al is zijn kledingkeuze bij mij ook allesbehalve favoriet. Een driekwart broek ziet er sowieso al niet aantrekkelijk uit bij een man. Maar op de tennisbaan kan het al helemaal niet. Tijdens Roland Garros heb ik een keer geprobeerd bij te houden hoe vaak hij zijn broek uit zijn bilspleet aan het vissen was tijdens de wedstrijd. Dat was dus echt niet te tellen. Die broek zit dus ook nog eens te strak!
De grap is dat Koernikova zich onbewust door hetzelfde te doen voor het eerst als sekssymbool heeft geprofileerd. Ook het mouwloze shirt lijkt niet ideaal voor Nadal te zijn, aangezien hij na elke rally met een handdoek het zweet van zijn armen moet vegen. Maar ja, als hij een ander shirtje zou dragen, zouden de spierballen er natuurlijk niet goed uitkomen. Naast een goede speler is hij dus ook gewoon een ijdeltuit die na de wedstrijd snel zijn lokken losgooit.
Maakt allemaal helemaal niets uit, hoor, maar we moeten nu eens af van het Koernikova-verschijnsel. Kreunen is kreunen, niets meer, niets minder - ook als Sjarapova het doet.
Planet

De politie van Chicago heeft een website geopend met de namen, adressen en foto’s van hoerenlopers.
Vorig jaar werden 900 mannen opgepakt die een bezoek brachten aan een prostituee Burgemeester Richard Daley is vast van plan om iets aan dit cijfer te gaan doen. “Als u gearresteerd wordt wegens het bezoek aan een prostituee, komt iedereen dat te weten. Uw vrouw, uw kinderen, uw familie, uw buren en uw werkgever.''
Daley is van mening dat de meeste vrouwen gedwongen worden om in de prostitutie te werken en dat de hoerenlopers zich dus schuldig maken aan een ernstige misdaad. “De vrouwen zijn slachtoffers, de mannen zijn dus de dader”.
Chicago doet meer dan alleen de mannen voor schut zetten. Er is ook een programma opgesteld in samenwerking met maatschappelijk werkers. Niet alleen worden de vrouwen opgevangen en aangemoedigd een andere carriere te zoeken, ook de hoerenlopers krijgen therapie.
“Als je 80 tot 90 procent van deze mannen laat inzien wat ze doen en wat voor probleem ze creëren, dan is dat een perfect middel om de vrouwen op de straat te beschermen. Uiteindelijk zorg je er ook voor dat er minder vrouwen op straat komen te werken”.
Behalve de schandpaal en psychische hulp wacht hoerenlopers in Chicago, de op twee na grootste stad van de Verenigde Staten, zo’n duizend dollar boete en inbeslagname van hun auto. Bij herhaling kunnen ze in de gevangenis belanden.
Links:
Politie Chicago
Gemeente Chicago

De politie van Chicago heeft een website geopend met de namen, adressen en foto’s van hoerenlopers.
Vorig jaar werden 900 mannen opgepakt die een bezoek brachten aan een prostituee Burgemeester Richard Daley is vast van plan om iets aan dit cijfer te gaan doen. “Als u gearresteerd wordt wegens het bezoek aan een prostituee, komt iedereen dat te weten. Uw vrouw, uw kinderen, uw familie, uw buren en uw werkgever.''
Daley is van mening dat de meeste vrouwen gedwongen worden om in de prostitutie te werken en dat de hoerenlopers zich dus schuldig maken aan een ernstige misdaad. “De vrouwen zijn slachtoffers, de mannen zijn dus de dader”.
Chicago doet meer dan alleen de mannen voor schut zetten. Er is ook een programma opgesteld in samenwerking met maatschappelijk werkers. Niet alleen worden de vrouwen opgevangen en aangemoedigd een andere carriere te zoeken, ook de hoerenlopers krijgen therapie.
“Als je 80 tot 90 procent van deze mannen laat inzien wat ze doen en wat voor probleem ze creëren, dan is dat een perfect middel om de vrouwen op de straat te beschermen. Uiteindelijk zorg je er ook voor dat er minder vrouwen op straat komen te werken”.
Behalve de schandpaal en psychische hulp wacht hoerenlopers in Chicago, de op twee na grootste stad van de Verenigde Staten, zo’n duizend dollar boete en inbeslagname van hun auto. Bij herhaling kunnen ze in de gevangenis belanden.
Links:
Politie Chicago
Gemeente Chicago
Wednesday, June 22, 2005
Trouw Door Edwin Kreulen en Harriët Salm
Waar moet het naartoe met het onderwijs in Nederland? In een korte serie scheppen vier deskundigen helderheid. Vandaag deel twee, orthopedagoog Luc Stevens. ,,Het onderwijs moet fundamenteel veranderen. De leerling moet centraal komen te staan, niet meer de inhoud van het vak.''
Overal in het Nederlandse onderwijs ziet hij stagnatie. ,,Wij spreken kinderen niet aan op hun talenten. Onderwijs zou moeten betekenen dat jongeren bepaalde doelen halen. Maar door hun talenten te negeren werken wij op scholen heel inefficiënt en doen kinderen zwaar tekort’’, zegt Luc Stevens (64, drie volwassen zoons) in het paviljoen in de bossen van Driebergen waar zijn ’Nederlands Instituut voor Onderwijs en Opvoedingszaken’ is gevestigd.
Het ’Clingendael voor het onderwijs’, noemt Stevens dit Nivoz graag, met een verwijzing naar het gerenommeerde instituut voor buitenlands beleid in Wassenaar. Als hoogleraar orthopedagogie mengde hij zich in het verleden veelvuldig in het debat over onderwijs. Hij stond aan de wieg van het ’weer samen naar school’-beleid voor kinderen met problemen. Al is hij inmiddels met pensioen, via zijn instituut draagt hij zijn visie misschien wel des te sterker uit. ,,Het hele onderwijs moet worden gekanteld.’’
Welk rapportcijfer geeft Stevens het huidige schoolsysteem? ,,Ik geef juist geen cijfer, dat zou voor mij een doodzonde zijn. Al die rapporten en examens, de waarde daarvan is betrekkelijk. Neem het centraal eindexamen. Ik vind het prima dat er wat druk op de ketel is en dat scholen laten zien dat ze met hun leerlingen iets leveren, dat ze waar leveren voor het geld dat ze van de overheid krijgen. Maar voor tieners is het examen een doel op zich. Het gaat er relaxed aan toe en zodra voor de kerst de eerste onvoldoendes voor het schoolexamen zich aandienen, pakken ze de telefoon om hun hulpbronnen te organiseren. Ach, veel schade kan het niet. Maar het raakt niet de kern van wat wij leerlingen moeten bieden.’’
Het Nederlands onderwijs is volgens Stevens nog steeds aanbodgericht. Een veelvoud aan lesmethoden schrijft de kennis voor die in de hoofden van kinderen of tieners moet worden gegoten.
,,Terwijl de kinderen van begin af aan laten zien dat ze heel goed die kennis zelf kunnen ontdekken, in hun eigen tempo. De leerlingen willen en kunnen zoveel meer dan wij ze aanbieden. Vraag hun wat ze willen en richt je onderwijs op die vraag in. Natuurlijk met behoud van de kerndoelen, die voorschrijven wat kinderen moeten kunnen en kennen.’’
,,Maar welke school stelt zich de vraag: komen de individuele talenten die de kinderen hebben tot ontwikkeling?’’, vervolgt Stevens. ,,Kennen ze die talenten? Hebben ze een filosofie over de toekomst van de kin
Waar moet het naartoe met het onderwijs in Nederland? In een korte serie scheppen vier deskundigen helderheid. Vandaag deel twee, orthopedagoog Luc Stevens. ,,Het onderwijs moet fundamenteel veranderen. De leerling moet centraal komen te staan, niet meer de inhoud van het vak.''
Overal in het Nederlandse onderwijs ziet hij stagnatie. ,,Wij spreken kinderen niet aan op hun talenten. Onderwijs zou moeten betekenen dat jongeren bepaalde doelen halen. Maar door hun talenten te negeren werken wij op scholen heel inefficiënt en doen kinderen zwaar tekort’’, zegt Luc Stevens (64, drie volwassen zoons) in het paviljoen in de bossen van Driebergen waar zijn ’Nederlands Instituut voor Onderwijs en Opvoedingszaken’ is gevestigd.
Het ’Clingendael voor het onderwijs’, noemt Stevens dit Nivoz graag, met een verwijzing naar het gerenommeerde instituut voor buitenlands beleid in Wassenaar. Als hoogleraar orthopedagogie mengde hij zich in het verleden veelvuldig in het debat over onderwijs. Hij stond aan de wieg van het ’weer samen naar school’-beleid voor kinderen met problemen. Al is hij inmiddels met pensioen, via zijn instituut draagt hij zijn visie misschien wel des te sterker uit. ,,Het hele onderwijs moet worden gekanteld.’’
Welk rapportcijfer geeft Stevens het huidige schoolsysteem? ,,Ik geef juist geen cijfer, dat zou voor mij een doodzonde zijn. Al die rapporten en examens, de waarde daarvan is betrekkelijk. Neem het centraal eindexamen. Ik vind het prima dat er wat druk op de ketel is en dat scholen laten zien dat ze met hun leerlingen iets leveren, dat ze waar leveren voor het geld dat ze van de overheid krijgen. Maar voor tieners is het examen een doel op zich. Het gaat er relaxed aan toe en zodra voor de kerst de eerste onvoldoendes voor het schoolexamen zich aandienen, pakken ze de telefoon om hun hulpbronnen te organiseren. Ach, veel schade kan het niet. Maar het raakt niet de kern van wat wij leerlingen moeten bieden.’’
Het Nederlands onderwijs is volgens Stevens nog steeds aanbodgericht. Een veelvoud aan lesmethoden schrijft de kennis voor die in de hoofden van kinderen of tieners moet worden gegoten.
,,Terwijl de kinderen van begin af aan laten zien dat ze heel goed die kennis zelf kunnen ontdekken, in hun eigen tempo. De leerlingen willen en kunnen zoveel meer dan wij ze aanbieden. Vraag hun wat ze willen en richt je onderwijs op die vraag in. Natuurlijk met behoud van de kerndoelen, die voorschrijven wat kinderen moeten kunnen en kennen.’’
,,Maar welke school stelt zich de vraag: komen de individuele talenten die de kinderen hebben tot ontwikkeling?’’, vervolgt Stevens. ,,Kennen ze die talenten? Hebben ze een filosofie over de toekomst van de kin